De verlegen jongen en de sterke man

“De jongen zag er uit alsof hij Lukas heette. Hij had lang, donker en sluik haar, een smal gezicht en kleine bruine ogen…. Hij zat op het terras van Pizzera Tricolore… [Hij] had zich zo opgesteld dat hij een goed zicht had, maar ook niet echt opviel… Een deel van [hem] was verlegen, op het angstige af, een ander deel volhardde in de rol die hij in zijn vorige leven had gespeeld: de stoere, nonchalante gymnasiast. De verlegenheid was echter het sterkst…” Martin Bril, in de Volkskrant, 28-9-2004

 

Lees meer over dit bericht

Abu Nawas Rhapsody

Dhafer Youssef | Abu Nawas Rhapsody
By John Kelman

 
After two albums exploring the nexus of ages-old Middle Eastern harmony and modernistic electronics, Tunisian-born oudist/vocalist Dhafer Youssef turns to a stripped-down, completely acoustic environs for Abu Nawas Rhapsody.
Youssef’s music has always been transcendent. But here, with a trio of musicians encouraging his music to burn with a passion far surpassing previous efforts, the oudist more firmly reveres the jazz tradition even, as he finds new ways to stretch its very definition.

Lees meer over dit bericht

Een cultuur van vrouwenhaters


VK-blog van zondag 8 maart 2009

Weinigen zullen het geloven maar toch is het een keihard feit dat binnen onze joods-christelijke cultuur, een cultuur waarbinnen God een Almachtige Man is, alles wat we ‘moderne Nederlandse literatuur’ noemen vervaardigd wordt door een immense kliek doodgewone vrouwenhaters.
Waar namelijk het kille burgerdom werkzaam is, en het merendeel van de Nederlandse schrijvers, uitgevers en recensenten maakt deel uit van het benepen kleinburgerlijke filisterdom dat in God nooit een Lief Androgyn Jongetje of Meisje zal zien…, daar worden ‘de vrouwtjes’ gehaat…; dat is een doodsimpele, zeer voor de hand liggende gevolgtrekking.
Natuurlijk, de fatsoenlijke burgerman, leugenaar als hij is, zal proberen de schuld op anderen af te schuiven. Als een klein, stout jongetje projecteert hij zijn haatgevoelens in boeven, moordenaars, pedofielen en homoseksuelen, en wanneer die afwentelingpoging succes heeft, dan is dat voornamelijk te danken aan het feit dat hij deel uitmaakt van een gigantische massa medeburgers, die zichzelf altijd voorzien van het etiket ‘Morele Meerderheid’, een soort padvindersinsigne dat je automatisch lid maakt van welke burgermansclub dan ook.
Alleen de geborgenheid die een harteloze burgermaatschappij hem verschaft stelt hem in staat zijn niet al te fraaie illusies in stand te houden.
Hij, de burgerman, is degene die ‘de vrouwtjes’ bewondert, dat maakt hij zichzelf graag wijs. Hij ziet in een vrouw weliswaar een ‘seksobject’, maar ook een ‘wonder’, een ‘aanlokkelijk geheim’, dat het absolute tegendeel is van de man. Graag plaatst hij de vrouw op een voetstuk, zonder te beseffen dat een dergelijke vorm van welhaast religieuze verering de vrouw juist tot een voorwerp van haat maakt.
Wie ‘de vrouw’ werkelijk bewondert, die zet haar niet op een voetstuk, nee, die ziet het als zijn eerste taak  zelf ‘vrouw’ te worden.
Lees meer over dit bericht

Alles van waarde weerbaar maken

Het weblogartikel ‘Tijdrovers & Realiteit-aanbidders’ leverde een reactie op die ik graag wat uitvoeriger wil beantwoorden, zodat ik er een apart weblogje aan heb gewijd:

1. Modieuze, op aanpassing gerichte esthetiek
reactie van Peter, ‘anonieme weblogbezoeker

Volgens mij is het zo dat ”door het dwingende streven individuele successen te boeken de ‘kunstenaar’ zichzelf met een vals decadent, ijdel zelfbeeld en een enorm opgeblazen ego beloont, zichzelf a.h.w. in een paar schoenen op hoge hakken steekt om over alle hoofden heen te kunnen kijken, waarmee hij de maatschappelijke en politiek-realistische rol van kunst(en) tekort doet : ondergeschikt maakt aan materieel succes en het marktmechanisme van vraag -aanbod simplisme.
De intellectuele verdieping en analytische benadering van de persoon (de existentiële vragen) wordt weliswaar verlangd maar verdrongen door de burgerlijke incorporatie en dwangmoraal van ‘succes om het succes’, ‘l’art pour ‘l’art.
Kunst als donkere, blinde kant van spiegel in de realiteit lijkt uitgespeeld, overgenomen door de modieuze esthetiek van marktgevoelige vervlakking, aanpassing, flexibiliteit, middelmatigheid en oppervlakkigheid.
.

Tijdrovers & Realiteitaanbidders

Het grote probleem van wat men tegenwoordig ‘journalistiek’ (of ‘burgerjournalistiek’) noemt is dat niemand meer weet wat hij zegt, of hij wel iets zegt en of het wel de moeite waard is iets te zeggen, en dat is een simpel uitvloeisel van het harde simpele feit dat democratie die in handen wordt gegeven van oppervlakkigen uitgroeit tot een soort pretpark, waarin duizenden vermaakmachines staan opgesteld, die stuk voor stuk iets zouden kunnen betekenen, maar die juist omdat ze deel uitmaken van een gigantisch teveel, volmaakt betekenisloos zijn en alleen dan waarde krijgen wanneer de geldophaler de metalen schuiflade met munten leeg kiepert in zijn grote verzameltas – die vervolgens als ‘geheel’ (het geheel is het totale aantal muntstukken dat de vermaakmachines hebben opgeleverd) in handen wordt gegeven van diegene die absoluut niet in pret maken of het ontdekken van andere werelden is geïnteresseerd: ‘de grote baas’ – die zaken doet.

Lees meer over dit bericht

Kinderlijkheid & Filosofie

1. Vijftigers, Cobra & Kierkegaard

Dat het menselijke leven zich grotendeels afspeelt rondom eenvoudige thema’s is een wijsheid die binnen een cultuur waarin ‘de grootheid’ tot norm verheven is domweg verdwenen is. Dat is de reden waarom anarchisten, die als vijanden van valse autoriteit (met de nadruk op ‘vals’) altijd de kleinheid en de eenvoud centraal stellen in het leven gehaat worden binnen een wereld die aan grootheidswaanzin lijdt.

Grootheidswaanzinnigen zien in eenvoud een bedreiging. Wanneer namelijk iedereen eenvoudig is bestaat er geen reden meer om een opschepper extra geld en invloed te geven. Dat is de waarheid die in het christelijke verlossingsverhaal Jezus van Nazareth de joodse opschepperscultuur van zijn tijd in de oren toeterde, hetgeen voor die opscheppers een reden was om de vervelende rebelse anarchist die maar over ‘de eenvoud van het kind’ zat te zeuren uit te leveren aan een opportunistische machthebber (de Romeinse landvoogd Pontius Pilatus) die weliswaar inzag dat de kinderlijke mens voor hem onschuldig was, maar die desondanks (in het belang van ‘de openbare orde’) als seculiere bestuurder de onschuld uitleverde aan de religieuze grootheidswaan.
Lees meer over dit bericht

De Schoolmeester & de Anarchist

VK-blog, geplaatst op 25 oktober 2005 14:00 door Anarchist

Leerling: O geliefde Meester, ik kan mijn dwaling niet langer verdragen. Hoe vind ik de kortste weg naar de liefde?
Meester: Ga daarheen waar de weg het moeilijkst is. Wat de wereld verwerpt, neem dat aan. En wat de wereld doet, doe dat niet.. Gedraag u in alles tegengesteld aan de wereld. Dan bewandelt ge de kortste weg tot de liefde. (Jacob Boehme, mysticus)

Lees meer over dit bericht

Vijftigers & Jazz

Vk-blog, geplaatst op 21 oktober 2005 15:26

Eenvoudig of echt willen worden, ongekunsteld, jezelf laten inspireren door het kind, naieve kunst, kunst van gekken en malloten – en bovenal de jazz, dat alles vormde een belangrijk onderdeel van het programma van de Vijftigers, die gedurende een bijzonder korte periode een beweging zijn geweest – maar desondanks toch lang genoeg om er datgene uit te halen wat elk mens nodig heeft: INSPIRATIE…
Lees meer over dit bericht

Rolling Stone Blues

BLUES (ontstaan in de wereld van onderdrukte negerslaven) is noodlotsmuziek. Ze wijst op de blinde slagen van het noodlot die elk mens kunnen treffen: ziekte dood, scheiding, armoede, sadisme van mensen die denken dat ze God zijn omdat ze geld en macht bezitten.. en ga zo maar door…
In termen van politiek uitgedrukt zou je de BLUES aan de linkerkant van het partijpolitieke spectrum kunnen plaatsen, ware het niet dat linkse machthebbers vaak net zulke grote sadistische potentaten zijn als rechtse machthebbers. Ietsje meer stroop in de mond wellicht, en een welhaast religieuze, eeuwige glimlach om de smal saamgeknepen lippen, maar verder net zo BLUES- loos als al die anderen die het woordje PECH alleen dan leuk vinden wanneer het een ander treft: “Jij de rolstoel in en ik zal die stoel wel duwen…” Hulpverlening, gezien als machtspel.

In de jaren vijftig werd aan de van oorsprong Amerikaanse BLUES-boom een wat jeugdiger en vlotter ogende variant toegevoegd, de RHYTHM & BLUES-tak. Niet meer een beeld van eenzaamheid, de wat droefgeestig ogende zanger bijvoorbeeld, die in zijn eentje wat aan zit te pielen met een gitaartje waarop met behulp van een stalen beugel een mondharmonica is bevestigd (de BLUES-zanger als eenmansband – een in mijn ogen aanbiddelijk verschijnsel) maar musici die samen de BLUES zingen, een wat socialere opstelling die goed te rijmen is met het ideaal van de BLUES, elkaar troost bieden door samen het noodlot aan te klagen – gedeelde smart is halve smart.
Mensen als JOHNNY OTIS, OTIS REDDING en JAMES BROWN domineerden de begintijd. Het noodlotselement verdween naar de achtergrond, maar het wat melancholiek klinkende gejank van gitaren en mondharmonica’s bleef er wel steeds naar verwijzen.
Lees meer over dit bericht

Verbeelding & Macht

VK-blog, geplaatst op 10 oktober 2005

1. Inleiding van Simon Vinkenoog

De Beweging van Vijftig markeerde een revolutie die in ons taalgebied een ongekende literaire energie genereerde. Paul Rodenko’s bloemlezing Nieuwe griffels schone leien (1954) werd een buitengewoon verkoopsucces en overal in de Lage Landen begonnen jongelingen experimentele verzen te schrijven. Het soepele parlando en de exuberant romantische beeldspraak van HANS ANDREUS werden populair en al snel klassiek, maar de echte poëtische omwenteling voltrok zich vooral bij Lucebert en Hugo Claus.

Apocrief / de analphabetische naam (1952) en De Oostakkerse gedichten groeiden uit tot paradigmatische bundels van de naoorlogse Nederlandstalige lyriek. Extreme, vaak extatische ervaringen en gevoelens werden er in niet minder extreme beelden gevat. De poëtische taal werd er expliciet tot onderwerp gemaakt. En Buelens toont dat dan aan met drie regels van Lucebert:

ik ben een taal
die als water wegzwemt naar een tuil
lucht.

Zo voel ik mij, op weg naar de tuin. Boek gaat mee. Boekje open; we gaan er mee door. Jelui Simon. (Simon Vinkenoog, 7-10-2005)

Lees meer over dit bericht