De Bijbel is geen christelijk boek

Dagblad Trouw laat vandaag een ‘evangelisch’ christen aan het woord. Dat woordje evangelisch zet ik tussen aanhalingstekens, omdat de meeste christenen die zich ‘evangelisch’ noemen dat helemaal niet zijn. Alleen al het feit dat ze voortdurend het woord ‘Bijbel’ gebruiken wijst er al op dat ze niet in staat zijn in het evangelie een anti-Bijbel-boek te zien.

Dit is een citaat uit het TROUW-artikel: “Als evangelisch christen voel ik plaatsvervangende schaamte. De zachtmoedigheid, lijdzaamheid en onzelfzuchtigheid van Christus staan in schril contrast met de arrogantie, agressie, en het narcisme van Trump. Velen steunen Trump, omdat zij bang zijn voor het alternatief. Ze maken dezelfde fout als Duitse christenen die in de dertiger jaren toch maar nationaalsocialistisch stemden, omdat ze het communisme gevaarlijker vonden.” Hans Frinsel, 1 oktober 2020
Lees meer over dit bericht

Waarheid & Gewetenloosheid

Voorwoord: Mensen beelden zich vaak in dat de wereld verandert. Dit artikel, geschreven in het jaar 2002, laat zien dat menselijke verandering inderdaad in veel gevallen weinig meer is dan inbeelding. Je moet geloven in de beelden die mensen scheppen, zodat degene die niet gelooft altijd en eeuwig de ketterse zondebok is..


 

Waarheid & Gewetenloosheid
Wim Duzijn, Zwolle, oktober 2002

Lees meer over dit bericht

Gert-Jan Segers & de Doorbraak

“Een profeet is geen profeet als hij alleen maar de staande praktijk bevestigt.  Na de Tweede Wereldoorlog is er een hele Doorbraak-generatie geweest die voor verandering stond. Maar daarna is het geloof verdampt, God uit het zicht verdwenen en heeft de impliciet-christelijke inzet nauwelijks verschil gemaakt.
IZB-profeet Wim Dekker waarschuwt ons dat dit schip op het strand ons baken in zee is. Je kunt als navolger van Christus alleen maar midden in de wereld staan, als je tegelijk ook heel dicht bij God leeft. Als het geheim van Gods genade in Christus niet bewaard wordt en als onze verborgen omgang met Hem verdwijnt, dan lossen ook wij met al onze goede bedoelingen op in de hitte van onze seculiere cultuur. Ik hoop het nooit te vergeten.” Gert-Jan Segers, 10-9-2015

Lees meer over dit bericht

Thierry Baudet & de angst voor het eigene

‘Forum voor Democratie’ de partij van Thierry Baudet heeft twee zetels bij de verkiezingen behaald.
“We gaan vanaf nu elke week het land in, wij blijven doorgaan”, zei hij na het bekend worden van de uitslag. “Vanavond hebben wij een bres geslagen in het partijkartel.”
Lees meer over dit bericht

Eer de gebrekkige mens Mohammed

In Iran buigt een commissie van religieuze hoeders zich regelmatig over de vraag welke kandidaten voor het presidentschap ‘goed’ zijn en welke er behoren tot het gezelschap van ‘criminele elementen’: personen die niet voldoen aan wat men noemt ‘de religieuze norm’. Zij beroepen zich daarbij op het volgende artikel in de Iraanse grondwet:

Article 115:The President must be elected from among religious and political personalities possessing the following qualifications: Iranian origin; Iranian nationality; administrative capacity and resourcefulness; a good past-record; trustworthiness and piety; convinced belief in the fundamental principles of the Islamic Republic of Iran and the official religion of the country.

Dat kandidaten voldoende capaciteiten dienen te bezitten, dat ze betrouwbaar moeten zijn en een binding met de staat moeten hebben zijn voorwaarden waar geen mens bezwaar tegen zal kunnen hebben, maar
wat je jezelf wel kunt afvragen is of je van kandidaten mag eisen dat ze ‘vroom’ zijn en geloven in ‘de officiële religie van de staat’, vooral ook daarom, omdat de Iraanse grondwet heel duidelijk stelt  dat alle mensen die een ‘monotheïstisch godsbeeld’ aanhangen (joden, christen, zoroastrianen en ‘moslims’) gelijke rechten bezitten, een standpunt dat veraf staat van het streng-fundamentalistische principe van de Saoedische Salafisten die in elke religie die  weigert de Koran ‘heilig’ of ‘goddelijk’ te noemen een vorm van duivelse afgodendienst zien. Lees meer over dit bericht

Fort Antonia, symbool van het Romeinse Wereldrijk

In het vorige blogje, dat de naam ‘Amerika en de tempelmythe’ draagt werd gesteld dat de derde joodse tempel (de tempel die door de Romeins-Joodse koning Herodus werd gebouwd) zich nooit heeft bevonden op het grote plateau in Jeruzalem dat alemeen wordt aangeduid met de naam ‘Tempelberg‘.
Dat plateau is in feite niets anders dan het intact gebleven restant van het Romeinse Fort Antonia, een permanent legerkamp dus dat plaats moest bieden aan zowel soldaten en hun uitrusting als aan bevelhebbers, en in het geval van het kamp in Jeruzalem ook het woonverblijf van de Romeinse toezichthouder (de PRAETOR), de man die in feite de echte heerser was, maar die zich op de achtergrond hield en het dagelijkse bestuur van het land overliet aan de (onder)koning en de joods-religieuze leiders.
Die vreemde situatie verklaart de merkwaardige procesgang waaraan in het evangelie Jezus van Nazareth werd onderworpen. Eerst gevangen genomen door de tempelwacht, daarna verwezen naar Herodus en tenslotte veroordeeld door Pilatus, die als vertegenwoordiger van het keizerrijk de enige in het land was die de macht bezat een doodvonnis uit te spreken over mensen.
Lees meer over dit bericht

Moderne Stamhoofden

“Teaching Jewish heritage isn’t only about building identity; at the risk of sounding racist, its about ensuring the survival of the tribe.” Raanan Gissin (belangrijkste adviseur van Ariel Sharon)

So why is tribalism and our ethnic heritage so important? Despite what the Marxists would like to believe, our genetical heritage is the most important cultural marker…” Anders Breivik (massamoordenaar en christelijk-zionist)


Het woordje tribalisme, gezien als verwijzing naar een wereld van collectieve oerdriften, waar de mens die ‘massa’ te worden de mensheid verdeelt in ‘machthebbers of gebruikers’ en ‘machtelozen of gebruikten’…, speelde ooit een rol van betekenis binnen de belevingswereld van wat men ‘de liberale intellectueel’ noemt.
In die verre, vergeten, tijden (vooral in de jaren dertig en veertig van de 20e eeuw, denk aan ‘De opstand der horden’ van José Ortega y Gasset) waren liberale intellectuelen anarchistisch ingestelde mensen die niet wilden behoren tot ‘de massa’, ‘de horde’ of – zoals Likoed-ideoloog Gissin het hierboven uitdrukt – ‘the tribe’ (de stam).
In die tijd was een intellectueel in staat in een simpel, eenvoudig buitenbeentje een geestverwant te zien.
Niet het elitaire antigevoel (‘wij zijn machtige stamhoofden die een geestelijk gelijkgeschakelde horde aanvoeren’) bepaalde de keuzevrijheid van een intellectueel, maar het simpele besef dat intelligentie alleen daar kan bestaan waar de ratio een verbond sluit met al datgene wat van een mens een vrije, eenvoudige of kinderlijke, eenling maakt.
Een liberaal, simpel gezegd, verdedigde het vrije individu en hij verwierp alle vormen van collectivisme die de geestelijk onafhankelijke eenling tot gemarginaliseerde zondebok willen uitroepen.

Lees meer over dit bericht

Vrijheid en Propaganda

Constitutie van de Russische Federatie

Article 29: Het vrije woord als wapen tegen grootheidswaan

1. Everyone shall be guaranteed freedom of thought and speech.
2. Propaganda or agitation, which arouses social, racial, national or religious hatred and hostility shall be prohibited. Propaganda of social, racial, national, religious or linguistic supremacy shall also be prohibited.
3. Nobody shall be forced to express his thoughts and convictions or to deny them.
4. Everyone shall have the right freely to seek, receive, transmit, produce and disseminate information by any legal means. The list of types of information, which constitute State secrets, shall be determined by federal law.
5. The freedom of the mass media shall be guaranteed. Censorship shall be prohibited.

president.kremlin.ru

Lees meer over dit bericht

Verbeelding & Macht

VK-blog, geplaatst op 10 oktober 2005

1. Inleiding van Simon Vinkenoog

De Beweging van Vijftig markeerde een revolutie die in ons taalgebied een ongekende literaire energie genereerde. Paul Rodenko’s bloemlezing Nieuwe griffels schone leien (1954) werd een buitengewoon verkoopsucces en overal in de Lage Landen begonnen jongelingen experimentele verzen te schrijven. Het soepele parlando en de exuberant romantische beeldspraak van HANS ANDREUS werden populair en al snel klassiek, maar de echte poëtische omwenteling voltrok zich vooral bij Lucebert en Hugo Claus.

Apocrief / de analphabetische naam (1952) en De Oostakkerse gedichten groeiden uit tot paradigmatische bundels van de naoorlogse Nederlandstalige lyriek. Extreme, vaak extatische ervaringen en gevoelens werden er in niet minder extreme beelden gevat. De poëtische taal werd er expliciet tot onderwerp gemaakt. En Buelens toont dat dan aan met drie regels van Lucebert:

ik ben een taal
die als water wegzwemt naar een tuil
lucht.

Zo voel ik mij, op weg naar de tuin. Boek gaat mee. Boekje open; we gaan er mee door. Jelui Simon. (Simon Vinkenoog, 7-10-2005)

Lees meer over dit bericht