Paul Jansen & de liberale democratie

In de Telegraaf van Maandag 17 mei wordt in een hoofdredactioneel commentaar kritiek geleverd op de anti-Israel-houding van het Nederlandse volk.
Een ‘hoofdrectioneel commentaar – dit even ter verduidelijking – is een niet ondertekend artikeltje, dat door elke willekeurige Telegraafwerknemer geschreven kan zijn, zelfs de juffrouw van de wc, omdat het anoniem is, maar dat desondanks verwijst naar de hoofdreacteur van het blad, omdat het een ‘hoofdredactioneel commentaar’ is, waarvoor de hoofdreacteur de eindverantwoordelijkheid draagt.
Hoofdreacteur van de Telegraaf is PAUL JANSEN. Die is dus in feite de persoon die kritiek levert op het Nederlandse volk in dit anonieme commentaartje dat, juist omdat het anoniem is, de indruk moet wekken dat het de mening van alle Telegraafmedewerkers weerspiegelt – een tamelijk ouderwets-autoritaire constructie, zo van: “de baas spreekt, en wij volgen”.
Ooit, merkt hij op, en hij verwijst naar het jaar 1967, was Nederland voor Israel, een land dat door door hem wordt aangeduid met de door rechtse ideologen gehanteerde term ‘joodse staat’, een term die de ontkenning is van alle democratische en humanistische waarden die wij in dit liberale, democratische land met zijn liberale grondwet zeggen te verdedigen.
Dat mooie tijdperk is voorbij, suggereert hij, want nu verdedigen Nederlanders de Palestijnen, terwijl “dat kamp in dit conflict wordt aangevoerd door de terreurbeweging Hamas”. “Die houding is gevaarlijk. Er valt niets te vergoelijken aan de acties van Hamas.”

Dat hier sprake is van een vals-moralistische simplificatie van het Israel-Palestina-conflict is duidelijk, omdat er in dit conflict twee gewapende partijen tegenover elkaar staan die allebei gedreven worden door niet-zakelijke, ideologische motieven, die een redelijke (niet aan religie gebonden) oplossing onmogelijk maken.
Dat een dergelijke simplificatie in strijd is met zijn eigen uitgangspunten, die tot uiting komen in een interview dat Parool-verslaggever Marcel Wiegman met hem had in het jaar 2016, is ook duidelijk, wanneer je tenminste de moeite wilt nemen die uitgangspunten te bekijken. En dat laatste is altijd een probleem in een land waarin valse moralisten als Paul Jansen de geestelijke luiheid prediken.
Terwijl in het interview Paul Jansen toch meningen verkondigt die er op wijzen dat hij meer wil zijn dan een luie denker en een rechtse ideoloog:
Hard en fair zijn, bijvoorbeeld, brutaal en spraakmakend, een echte volkskrant zijn, allergisch zijn voor hypocrisie, geen flutmeningen verkondigen, maar gefundeerde meningen, ‘met de neus op de geschiedenis’, en als klap op de vuurpijl: “niemand moet denken dat hij het platform van De Telegraaf kan misbruiken om de lezers een loer te draaien.”.
Allemaal zaken die in wezen vijanden zijn van simplificatieprocessen die kenmerkend zijn voor verdedigers van een niet objectieve, d.w.z. onvrij makende, antidemocratische moraal.


Paul Jansen (De Telegraaf): ‘hard maar fair’
Marcel Wiegman, Het Parool, 4 juni 2016

Na een lange carrière als correspondent in Indonesië en parlementair verslaggever in Den Haag werd Paul Jansen (48) hoofdredacteur van De Telegraaf. Jansen was van 2002 tot 2006 correspondent in Indonesië voor dagblad De Telegraaf. Journalistiek zoals journalistiek moet zijn. Met de neus op de geschiedenis.

Marcel: Stroomt er Telegraafbloed door uw aderen?
Paul: “Zeker. Dat gaat automatisch.”

M: Kunt u mij uitleggen wat dat betekent?
P: “Dat je weet wat er leeft onder de hardwerkende Nederlander. Dat je onomwonden zegt waarop het staat als je ziet dat de kleren van de keizer niet zo veel voorstellen. Dat je brutaal, onafhankelijk en spraakmakend bent. Mijn voorganger Sjuul Paradijs zei altijd: wij zijn de echte volkskrant.”

M: Hoe allergisch bent u voor links?
P: “Dat ben ik niet. Ik ben allergisch voor hypocrisie en dat kom ik bij links gewoon meer tegen dan bij rechts. Links heeft het er altijd over hoe anderen het moeten doen, maar als diezelfde normen en waarden op henzelf betrekking hebben, gelden ze opeens niet meer.”

M: Het moet voor u een hel zijn geweest om begin jaren negentig politicologie te studeren in Amsterdam.
P: “Het heeft me in elk geval gevormd. Die faculteit was ongelooflijk. Als je lid was van de communistische partij was je al gematigd. Maar ik studeerde tegelijkertijd rechten. Zat ik in de ochtend tussen de baarden en was het ’s middags jasje-dasje.”
“Ik merkte dat ik dat veel prettiger vond. De gezagsverhoudingen waren duidelijk en er werd met wederzijds respect tegen elkaar gesproken. Hoog­leraren en studenten zeiden ook gewoon u tegen elkaar. Bij een rechtse bal weet je tenminste waar je aan toe bent. Heel fijn.”

M: In 2010 riepen uw collega’s u uit tot de invloedrijkste en best ingevoerde journalist van het Binnenhof… U heeft vast een idee wat u tot een succes maakte.
P: “Goed luisteren en veel lezen. Een mening hebben is niet zo moeilijk, maar voor een gefundeerde mening moet je eerst weten wat er speelt. Het valt mij altijd op als mensen hun huiswerk niet hebben gedaan.”

M: Zo te zien irriteert u dat mateloos.
P: “Ik zal niet zeggen dat ik het altijd goed had, maar het is een vorm van luiheid waar ik slecht tegen kan. Ik heb altijd veel moeite gedaan om te achterhalen hoe de dingen zitten. Het kwam me niet aanwaaien.”

M: U was een belangrijke speler in Den Haag!
P: “Alle journalisten zijn er onderdeel van het spel. Iedereen wordt gebruikt. Dat is wat mij in tien jaar Den Haag tegen is gaan staan…
Bang voor de concurrentie neemt niemand meer de tijd om dingen goed uit te zoeken. En wat krijg je dan? Het verhaal zoals je dat op een presenteerblaadje wordt aangereikt door mensen die daar belang bij hebben. Dan mag Jantje ermee op de voorpagina en is hij die dag weer het gebraden haantje.”

M: Bent u republikein?
P: “Absoluut niet!” “Wij zijn een koningsgezinde krant, dat is geen geheim. Maar dat wil niet zeggen dat we onkritisch zijn.

M: In 2012 doopte u VVD-premier Mark Rutte om tot Marx Rutte, met een plaatje van de baardige communist Karl Marx ernaast. Hoe hou je dan de relatie goed?
P: “Die hou je niet goed. Ik heb met Rutte ook wel knallende ruzie gehad.” “Niemand moet denken dat hij het platform van De Telegraaf kan misbruiken om de lezers een loer te draaien.”

M: U doelt op zijn verbroken belofte de kiezers duizend euro belastinggeld terug te geven?
P: “Ja, dat accepteer ik gewoon niet en dan kan het me niets schelen dat het de premier is. Hij maakte bij ons van die duizend euro een heel punt, maar later ontdekten wij dat intern al bekend was bij de VVD dat het een onhaalbare belofte was. Het was je reinste volksverlakkerij, en daarvoor heeft hij ons als podium misbruikt.”

M: U heeft de redactieraad bij uw aantreden als hoofdredacteur moeten beloven iets te doen aan uw opvliegendheid.
P: “Dat is overdreven. Er is een vraag gesteld over mijn managementvaardigheden. Daar hadden ze een punt.”
M: In Den Haag stond u niet bekend als zachtzinnige chef.
P: “Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, zeker bij een krant. Net als in mijn berichtgeving is het streven: hard, maar fair.”

Info: Paul Jansen (Zutphen, 19 augustus 1967) was als journalist jarenlang werkzaam voor het Telegraaf-mediaconcern. Op 1 september 2015 werd hij aangesteld als hoofdredacteur.
1987-1993: Politicologie en internationaal recht, Universiteit van Amsterdam 1995: Postdoctorale opleiding journalistiek, Erasmus Universiteit Rotterdam.
2015-heden: Algemeen hoofdredacteur De Telegraaf

Over Wim Duzijn
Astroloog, Anarcho-Liberaal, Schrijver. Voor meer info daarover. Zie mijn website: www.wimduzijn.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: