Moderne Stamhoofden

“Teaching Jewish heritage isn’t only about building identity; at the risk of sounding racist, its about ensuring the survival of the tribe.” Raanan Gissin (belangrijkste adviseur van Ariel Sharon)

So why is tribalism and our ethnic heritage so important? Despite what the Marxists would like to believe, our genetical heritage is the most important cultural marker…” Anders Breivik (massamoordenaar en christelijk-zionist)


Het woordje tribalisme, gezien als verwijzing naar een wereld van collectieve oerdriften, waar de mens die ‘massa’ te worden de mensheid verdeelt in ‘machthebbers of gebruikers’ en ‘machtelozen of gebruikten’…, speelde ooit een rol van betekenis binnen de belevingswereld van wat men ‘de liberale intellectueel’ noemt.
In die verre, vergeten, tijden (vooral in de jaren dertig en veertig van de 20e eeuw, denk aan ‘De opstand der horden’ van José Ortega y Gasset) waren liberale intellectuelen anarchistisch ingestelde mensen die niet wilden behoren tot ‘de massa’, ‘de horde’ of – zoals Likoed-ideoloog Gissin het hierboven uitdrukt – ‘the tribe’ (de stam).
In die tijd was een intellectueel in staat in een simpel, eenvoudig buitenbeentje een geestverwant te zien.
Niet het elitaire antigevoel (‘wij zijn machtige stamhoofden die een geestelijk gelijkgeschakelde horde aanvoeren’) bepaalde de keuzevrijheid van een intellectueel, maar het simpele besef dat intelligentie alleen daar kan bestaan waar de ratio een verbond sluit met al datgene wat van een mens een vrije, eenvoudige of kinderlijke, eenling maakt.
Een liberaal, simpel gezegd, verdedigde het vrije individu en hij verwierp alle vormen van collectivisme die de geestelijk onafhankelijke eenling tot gemarginaliseerde zondebok willen uitroepen.

Lees meer over dit bericht

Advertenties

Een cultuur van vrouwenhaters


VK-blog van zondag 8 maart 2009

Weinigen zullen het geloven maar toch is het een keihard feit dat binnen onze joods-christelijke cultuur, een cultuur waarbinnen God een Almachtige Man is, alles wat we ‘moderne Nederlandse literatuur’ noemen vervaardigd wordt door een immense kliek doodgewone vrouwenhaters.
Waar namelijk het kille burgerdom werkzaam is, en het merendeel van de Nederlandse schrijvers, uitgevers en recensenten maakt deel uit van het benepen kleinburgerlijke filisterdom dat in God nooit een Lief Androgyn Jongetje of Meisje zal zien…, daar worden ‘de vrouwtjes’ gehaat…; dat is een doodsimpele, zeer voor de hand liggende gevolgtrekking.
Natuurlijk, de fatsoenlijke burgerman, leugenaar als hij is, zal proberen de schuld op anderen af te schuiven. Als een klein, stout jongetje projecteert hij zijn haatgevoelens in boeven, moordenaars, pedofielen en homoseksuelen, en wanneer die afwentelingpoging succes heeft, dan is dat voornamelijk te danken aan het feit dat hij deel uitmaakt van een gigantische massa medeburgers, die zichzelf altijd voorzien van het etiket ‘Morele Meerderheid’, een soort padvindersinsigne dat je automatisch lid maakt van welke burgermansclub dan ook.
Alleen de geborgenheid die een harteloze burgermaatschappij hem verschaft stelt hem in staat zijn niet al te fraaie illusies in stand te houden.
Hij, de burgerman, is degene die ‘de vrouwtjes’ bewondert, dat maakt hij zichzelf graag wijs. Hij ziet in een vrouw weliswaar een ‘seksobject’, maar ook een ‘wonder’, een ‘aanlokkelijk geheim’, dat het absolute tegendeel is van de man. Graag plaatst hij de vrouw op een voetstuk, zonder te beseffen dat een dergelijke vorm van welhaast religieuze verering de vrouw juist tot een voorwerp van haat maakt.
Wie ‘de vrouw’ werkelijk bewondert, die zet haar niet op een voetstuk, nee, die ziet het als zijn eerste taak  zelf ‘vrouw’ te worden.
Lees meer over dit bericht