De Humanist & de Theocraat

Hoewel we in een theocratische wereld leven (een wereld die we joods-christelijk noemen, omdat ze gedomineerd wordt door de heilig verklaarde staten Amerika en Israël) doen veel mensen net alsof religie geen enkele rol speelt in hun leven. Ze ontkennen rustig alles wat niet ingepast kan worden in hun mooie, optimistische wereldbeeld en verdedigen vol verve ‘de vrijheid’.
Het vervelende echter is dat religieuze machtdenkers zich helemaal niks aantrekken van het kinderachtige ontkenningsdenken van zogenaamde modernisten, zodat zij – door niks en niemand gehinderd – een wereld scheppen waarin de naar objectief weten verlangende mens, de humanist die zich aan gene zijde van goed en kwaad probeert op te stellen, niet kan of mag bestaan.
De religie ontkent hem, immers: de mens dient te geloven in het primaat van de macht (de theocratie is geen bevrijding maar morele dwang), en de modernisten ontkennen hem eveneens, want ook voor hen geldt dat de mens dient te geloven in het primaat van de macht: kunst en kennis zijn economische instrumenten en maken derhalve alleen de machtigen vrij.

De willoze overgave aan het machtsdenken verplicht dwangdenkers afstand te doen van een verlangen naar weten dat hen los wil rukken uit de wereld van het net doen alsof, een gemakzuchtige geloofswereld die Karl Marx waarschijnlijk tot de verzuchting zou brengen dat kunst, religie en wetenschap in onze wereld opium voor machtaanbidders geworden zijn.
Een ‘doe maar net alsof’-wereld, waar de heldere eenvoud van de logica wordt ontkend, schept meestal weinig goeds. Daar heerst de wet van de onderbuik die gedachteloze irrationaliteit oneindig sterk maakt, zodat alles wat rationeel wil zijn zwak en krachteloos door het leven moet gaan.

Dat krachteloze mensen door sterke theocraten niet serieus genomen worden is een feit dat niet ontkend kan worden wanneer je bereid bent de oneindige reeks van aan het Midden-Oosten gewijde artikelen te bestuderen.
Wie dat doet die ontdekt dat niet alleen de islamitische theocraten, maar ook – en zelfs vooral – de christelijk-zionistische theocraten (‘God heeft ons het leiderschap en het land gegeven’) het modernisme afwijzen, terwijl diegenen die zich ‘intellectueel’ noemen protestpamfletjes schrijven die ze net zo goed niet hadden kunnen schrijven omdat de theocraten datgene bezitten wat de intellectuele wereld mist: een immense bodemloze vuilnisbak, waarin alle vervelende en als gezeur beschouwde intellectuele betoogjes ongelezen worden gedumpt.
Wie zoiets ziet: wie ontdekt dat al zijn mooie, rationele gepraat en al zijn serieuze gefilosofeer volmaakt zinloos wordt gemaakt in een wereld waarin altijd de sterkste wint, die gaat zichzelf de vraag stellen waarom hij als intelligent mens altijd de zwakste moet zijn.

Serieuze kunstenaars stellen de vraag naar ‘het zwak moeten zijn’ voortdurend. De schrijver Willem Frederik Hermans (bijvoorbeeld) was een bang kind dat zijn angst en kwetsbaarheid verborg achter stoer lijkend geschreeuw en dikke, gewichtig ogende boeken, die in feite weinig betekenis hebben omdat ze niet in staat zijn ‘de intelligente mens’ (die meer is dan de egoïst die een belangrijk kunstenaar wil zijn) sterker te maken – hetgeen toch eigenlijk de bedoeling zou moeten zijn van artistiek werk dat een aanval op de macht van de collectieve domheid beoogt te zijn.
Hermans verklaarde zich met niemand solidair, een nihilistische uiting die ingegeven werd door wantrouwen, de angst als eerlijk, kwetsbaar mens bedrogen te worden door domme mensen die alleen maar kunnen liegen, zodat je kunt stellen dat iedere poging het nihilisme in de kunst op te heffen moet beginnen met een duidelijk uitgesproken solidariteitsverklaring..: jezelf solidair verklaren met al diegenen die het dom makende geloof afwijzen, hetgeen in mijn geval een keuze is voor de gnosis (de wetende humanist) en een radicale afwijzing van de theocratie (het gelovige collectief).

Je solidair verklaren met de gnosis (de humanist die als eenling alleen maar mens wil zijn) betekent niet dat je tegen alle vormen van religiositeit moet zijn. Integendeel: gnosis erkent de behoefte van individuele mensen aan spiritualiteit en weigert daarom spiritualiteit belachelijk te maken via een keuze voor machtsdenken dat spiritualiteit loskoppelt van het individu (een praktijk die kenmerkend is voor alle vormen van theocratisch handelen).

Gnosis is – heel simpel gesteld – niks anders dan de anarchistische leus: “Geef elk mens zijn eigen altaar”, waar theocratie altijd het eigen huisaltaar wil vernietigen, vanuit de opvatting dat de mens de slaaf moet zijn van ‘het grote eenheidsaltaar’ van de massamens.
Dat eenheidsaltaar is voor christelijke en zionistische theocraten momenteel ‘Jeruzalem’, zomaar een rare, willekeurig gekozen stad in het Midden-Oosten die alleen daarom heilig wordt verklaard om te voorkomen dat de antitheocraat, die mensen slechts een eenvoudig huisaltaar aanbiedt, serieus genomen wordt.
Het grote eenheidsaltaar maakt altijd de massamens oneindig sterk, terwijl het kleine huisaltaar mensen respect bijbrengt voor de enkeling, de humanist die zonder zich te bemoeien met anderen het mysterie eert: een houding die noodzakelijk is, wil je een wereld scheppen waarin bevrijdende kunst serieus genomen wordt.

Eigen altaren bezitten is een gewoonte die binnen een theocratie (waarbinnen de machthebber bepaalt wie ‘God’ is) niet bestaat. Dat is de reden waarom een theocraat nooit in een eenling die de mens een eigen altaar aanbiedt een bevrijder of verlosser kan zien.
De theocraat wil in een verlosser ‘God’ zien, maar hij begrijpt niet dat een dergelijk verlangen veronderstelt dat je weet wie of wat God is, een houding die de dood is van het mysterie dat vanwege zijn ongebonden raadselachtigheid de ontkenning van het machtsdenken is.
Weten, anders gezegd, heeft binnen de gnostiek niet de bedoeling God te definiëren en in aan de machthebber gebonden wetten te vangen, maar streeft juist het tegendeel na: God ontdoen van elke definitie die de theocraat eraan probeert te verbinden, zodat de gnostiek de vanzelfsprekende vijand is van al die grote, protserige Messiasbeelden die binnen het joods-christelijke (lees: Messiaanse) denken bestaan.
Wie de eenvoud (en daarmee het mysterie of het wonder of  de mystiek of hoe je ook wilt noemen) dient zal nooit de behoefte voelen een ander te onderwerpen, ook niet wanneer hij als eenvoudig mens plaats neemt op een gouden troon.
Eenvoud kan overal bestaan en kan door iedereen verdedigd worden, zelfs door iemand met een gouden kroon – omdat een kroon ‘symbool’ kan zijn en als zodanig een eenvoudige uiting van een door en door eenvoudig, en juist daarom uitermate raadselachtig, wezen, dat in al zijn eenvoud ‘mens’ kan worden genoemd.

Een keuze maken voor humanistische eenvoud is de gewoonste zaak van de wereld binnen een liberale wereld waarin eenvoudige mensen gerespecteerd worden, maar wordt gezien als een schande in een vals-moralistische de wereld waarin de mens ‘God’ wil zijn, een theocratische wereld, waarin (in Bijbelse termen uitgedrukt) niet de boom van het leven, maar de boom van kennis van goed en kwaad centraal wordt gesteld.

De theocratie vernietigt altijd de onschuld van de mens. Ze schept een sadistisch-morele wereld waarin de God-geworden mens (de valse, verdelende, heilig verklaarde moralist) de mens-geworden God (de humanist die kiest voor het niet-heilige volledige leven) afwijst en vernietigt.

Advertenties

Over Wim Duzijn
Astroloog, Anarchist, Schrijver. Voor meer info daarover. Zie mijn website: www.wimduzijn.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: