Humanisten en afgodendienaars

Ayelet Hashahar
VK-blog, geplaatst op woensdag 10 februari 2010 15:20 door Wim Duzijn

In het jaar 1967, kort na de juni-oorlog, bracht ik – samen met een aantal Utrechtse studenten – een bezoek aan een Israelische kibboets.
Socialistisch, opgericht door Russische communisten in het begin van de 20e eeuw. Gelegen in het Noorden van Galilea. Aan de voet van een heuvel waar zich de resten bevinden van de Canaanitische stad HAZOR. Een stad die, zo wordt in beschrijvingen vermeldt, vernietigd zou zijn door Joshua, in dienst van een God die afgoden haat.

In HAZOR stond de aanbidding van de MAAN centraal, een anti-revolutionair religieus gebeuren dat vergeleken kan worden met de Maria- of Goddelijke Moeder-devotie in de Rooms-Katholieke kerk. Er werden geen dierenoffers gebracht, zoals dat later gebeurde in de joodse tempel, maar er werd op een tamelijke softe wijze wierook gebrand.
In de kibboets waar bij aankomst niemand ons verwelkomde – we zwierven urenlang wat rond – was van enig moederlijk en beschermend MAAN-gebeuren geen sprake.
Ik kan me ook niet herinneren aan de avondhemel ooit zoiets als een maansikkel te hebben gezien. De avonden waren kort. Vroeg opstaan. Vroeg naar bed. Er werden Amerikaanse films gedraaid. Daar keken we naar. Niet bijzonder romantisch. Geen prachtige ervaringen. Niet ‘himmelhoch jauchzend’. Veeleer, ‘zum Tode betruebt…”.

Verveling. Wonen in bouwvallige barakken vol ongedierte. Bloedzuigers die zich genadeloos aan je vast hechtten. Platen van golfijzer boven je hoofd. 8 uren werken in de brandende zon. Later appels sorteren en inpakken in een grote hal.
Lopende banden, norse opzichters, schichtige meisjes die elk contact vermeden. Zweten in barakken. Wassen aan een kraantje boven een oude put. WC-potten die overstroomden, omdat de meisjes er hun maandverband in dumpten…
Een tamelijk uitzichtloos bestaan. Eten in de grote eetzaal die op een onwaarschijnlijke manier hypermodern was. En af en toe wat gesprekjes met vriendelijke Amerikaanse christen-zonisten die een en al blijdschap waren, omdat zij mochten werken in het land van de Heer.
Teleurgesteld verlieten we uiteindelijk ‘het heilige land’. Weken eerder dan aanvankelijk de bedoeling was. Ons realiserend dat niet iedereen even heilig mag zijn in een land dat heilig is verklaard…

Dat ons bezoek desondanks betekenis heeft gekregen is te danken aan de naam, AYELET HASHAHAR, die verwijst naar een psalm uit het Oude Testament, PSALM 22, die begint met de merkwaardige regel: “Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op Aijeleth hasscháchar…”
Deze psalm maakt deel uit van wat theologen ‘de Messiaanse Psalmen’ noemen, tekstgedeelten die zouden verwijzen naar ‘de’ Messias.

Binnen het christendom is die Messias een persoon, Jezus de MENSENZOON die als Goddelijk wezen het harde, eenzaam makende lot ‘mens te moeten zijn’ op zich neemt. Dat begrip ‘mens’ verwijst niet naar geestdodend collectivisme, maar naar gewetensvol individualisme: “Zo gij niet wordt als eenlingen zult gij het koninkrijk der hemelen niet binnengaan…”

Binnen het nationalistische zionistisch-religieuze jodendom verwijst het begrip Messias naar ‘het uitverkoren volk’, het COLLECTIEF dat heilig is verklaard, volgens de Israëlische orthodoxie zelfs ‘goddelijk’ geworden is, en dat als zodanig zichzelf af moet sluiten van alles wat de goddelijke status van het volk aan kan tasten. Geen assimilatie dus, maar jezelf opsluiten in het getto, een gesloten gemeenschap waarbinnen de eigen wetten en geboden heilig en onaantastbaar zijn…

De keuze van het seculiere zionisme voor ‘het joodse volk’ en ‘de jodenstaat’ (titel van een pamflet van Theodor Herzl) ligt voor de hand. In een tijd waarin het begrip jood betekenisloos dreigde te worden (steeds meer joden ontkenden het bestaan van God of bekeerden zich tot andere vormen van religiositeit) kan alleen het begrip ‘heilig volk’ (ander woord voor rechts nationalisme) mensen ertoe bewegen zich aan te sluiten bij een beweging die een gevoel van eenheid kan suggereren in een wereld waarin de religie binnen het leven van alledag nauwelijks een rol van betekenis speelt.

Om de betekenis van psalm 22 te duiden heb ik van het net een aantal tekstfragmenten gelicht die aan kunnen geven wat het verschil is tussen het christelijke Messiasbeeld en het Ezraistisch-nationalistische Messiasbeeld (Ezra staat voor eigen volk, eigen ras, vreemdelingenhaat, blinde gehoorzaamheid en volgzaamheid en het ondergeschikt maken van ‘God’ aan de heilig verklaarde mensenwet – precies die vorm van farizeïsme die in het evangelieverhaal wordt afgewezen).

Psalm 22: Een psalm van David,
voor de opperzangmeester, op Aijeleth hasscháchar.
(tekst afkomstig van de site ‘levend water’, uit een reeks artikelen van Werner Stauder)

“Mijn G’d, mijn G’d, waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, bij de woorden van mijn jammerklacht? Mijn G’d, ik roep des daags, en Gij antwoordt niet, en des nachts, en ik kom niet tot stilte. Nochtans zijt Gij de Heilige, die troont op de lofzangen Israëls…
Ik ben een worm en geen man, een smaad voor de mensen en veracht door het volk. Allen die mij zien, bespotten mij, zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd: Wentel het op de Eeuwige; laat die hem verlossen, hem redden…
Als water ben ik uitgestort en al mijn beenderen zijn ontwricht; mijn hart is geworden als was, het is gesmolten in mijn binnenste; verdroogd als een scherf is mijn kracht, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; in het stof des doods legt Gij mij neer. Want honden hebben mij omringd, een bende boosdoeners heeft mij omsingeld, die mijn handen en voeten doorboren. Al mijn beenderen kan ik tellen; zij kijken toe, zij zien met leedvermaak naar mij. Zij verdelen mijn klederen onder elkander en werpen het lot over mijn gewaad. Maar Gij, Adonai, wees niet verre; mijn sterkte, haast U mij ter hulpe.
Gij, die de Eeuwige vreest, looft Hem, verheerlijkt Hem… Want Hij heeft niet veracht noch versmaad de ellende van de ellendige, en zijn aangezicht niet voor hem verborgen, maar Hij heeft gehoord, toen hij tot Hem riep. Van U komt mijn lof in een grote gemeente, mijn geloften zal ik betalen in de tegenwoordigheid van wie Hem vrezen. De ootmoedigen zullen eten en verzadigd worden, wie de Eeuwige zoeken, zullen Hem loven, uw hart leve op, voor immer.
Alle einden der aarde zullen het gedenken en zich tot de Eeuwige bekeren; alle geslachten der volken zullen zich nederbuigen voor Uw aangezicht. Want het koninkrijk is van Adonai, Hij is Heerser over de volken…”

De lijdenspsalm – Werner Stauder

Deze Psalm verwoord als geen andere het lijden van Yeshua en wordt daarom ook vanouds de lijdenspsalm genoemd. Met name de verzen 2, 8-9 en 12-19 komen tot in het kleinste detail overeen met het lijdensverhaal van de Mashiach, zodat we de vier evangeliën er gewoon naast kunnen leggen… Desalniettemin blijft de Joodse orthodoxie zich tegen deze uitleg verzetten…

Rabbijnse bronnen passen deze Psalm toe op Esther in haar strijd tegen Haman. De rabbijnse verklaring zegt dat het Esther is die in vers 2 roept om verlost te worden van Haman. Maar Esther roept volgens hen niet voor zichzelf maar omwille van haar volk en vervult derhalve de rol van verlosser en voorbidder van Israël.
Het Talmud-traktaat hlygm Megila 15b vertelt dat toen Esther op weg was naar Koning Achash’verosh om hem te smeken het decreet tegen de Joden te herroepen, zij door een kamer vol afgodsbeelden liep, en dat toen de Shechina haar verliet. Zij riep toen vertwijfeld uit: “Mijn G’d, mijn G’d, waarom hebt Gij mij verlaten?”.
Volgens de rabbijnen staat deze Psalm die volgens de traditie altijd met Purim, het Lotenfeest gelezen wordt, vol met zinspelingen op Esther waar de Gemara verder op in gaat.  (W.Stauder)

God en het Idool

Aardig detail in het bovenstaande betoog is dat het begrip ‘jood’ gekoppeld wordt aan de onwil afgoden of idolen te aanbidden. De TALMUD wijst daar ook regelmatig op, bijvoorbeeld in deze uitspraak : “He rejected idolatry, and whoever rejects idolatry is called a Yehudi” (Talmud, Rabbi Yochanan, cMegillah 13a).

Dat begrip afgodendienst wordt binnen farizeïsche (Ezraistische) vormen van religiositeit op een groepsgebonden wijze geïnterpreteerd. “Onze God is goed. Jouw God is slecht”. Uitermate kortzichtig natuurlijk, want overal waar mensen hogere waarden ondergeschikt maken aan menselijke vormen en constructies is er in feite sprake van afgodendienst.
Net als binnen de islam mag door religieuze joden (op grond van de tien geboden die je ‘de Mozaïsche grondwet zou kunnen noemen) van God geen menselijk beeld worden gemaakt. God is een geestelijke hoedanigheid die alleen maar vormloos kan zijn omdat elke vorm tot idolisering van het goddelijke leidt.
Een opmerkelijk gegeven, omdat het zionisme, dat in wezen Goddeloos is, als seculier-nationalistische beweging alleen maar idolen kan scheppen: verheerlijking van niet-spirituele zaken als de staat, het volk, het eigen leger, het kapitaal en al die andere zaken die een sfeer van Goddelijke macht moeten suggereren waar echte spiritualiteit – die altijd op een anarchistische wijze gericht is op idolenvernietiging – domweg niet bestaat.

“Whoever rejects idolatry is called a Yehudi”
(Talmud, Rabbi Yochanan, cMegillah 13a).

De verheerlijking van ‘het volk’ heeft altijd deel uitgemaakt van die vormen van joodse religiositeit die gebaseerd zijn op de geschriften van EZRA. EZRA is de man die het begrip God onlosmakelijk gekoppeld heeft aan ‘het eigen volk’ en ‘het eigen ras’.
Waar de Mozaische teksten verwijzen naar de oud-Egyptische opvatting dat God ‘het geheel van het bestaande’ is (het leven, het zijnde – ‘ik ben ik ben’), zodat het de opdracht van mensen is overal in opstand te komen waar een sfeer van rechteloosheid en onvrijheid heerst, daar kiest EZRA voor de opvatting dat religie geen LEVENSFILOSOFIE is maar binding van het eigen volk aan riten, wetten en gebruiken die ten doel hebben de leden van de groep af te zonderen van al diegenen die er andere Godsbeelden op na houden.
Die opstelling is bizar, gezien vanuit de humanistisch-christelijke opvatting dat gekozen moet worden voor idolenvernietiging in dienst van het Leven.  Waar het Leven centraal staat binnen een spirituele gemeenschap daar kan je onmogelijk mensen via het heilig verklaren van eigen gewoonten en gebruiken afsluiten van de leefgemeenschappen van anderen.

Geestdodende Mythologie

Een van de groepsgebonden rituelen die binnen het Israëlisch-zionistische jodendom een hoofdrol speelt is het feest van PURIM.
Dat feest is betekenisloos voor gewone mensen die geen binding hebben met groeperingen die zich ‘joods-nationalistisch’ noemen. Het verwijst naar de strijd die een uitverkoren groep mensen die ‘het joodse volk’ wordt genoemd alle eeuwen door heeft moeten voeren met ‘afgodendienaren’ (mensen die weigeren in anderen ‘goddelijke uitverkorenen’ te zien).
Afgodendienst is hier niet het gelijk stellen van God aan menselijke vormen en constructies, maar de omkering ervan. Nationalisten die de eigen staat tot ‘God’ verheven hebben veroordelen mensen die kiezen voor een reeks rituelen die afwijken van de tot ‘God’ verheven eigen rituelen (formaliteiten of menselijke constructies, die als absoluut juist en waar worden ervaren.

watchmanbiblestudy over PURIM

Purim .. commemorates a time when the Jewish people living in Persia were saved from extermination. The story of Purim is told in the Biblical book of Esther. The villain of the story is Haman, an arrogant, egotistical advisor to the king. Haman hated Mordecai because Mordecai refused to bow down to Haman, so Haman plotted to destroy the Jewish people. In a speech that is all too familiar to Jews, Haman told the king, “There is a certain people scattered abroad and dispersed among the peoples in all the provinces of your realm. Their laws are different from those of every other people’s, and they do not observe the king’s laws; therefore it is not befitting the king to tolerate them.” Esther 3:8.

Het eeuwige slachtoffer

Het begrip ‘vernietiging van het volk’ wordt centraal gesteld, een geloofswaarheid die geleid heeft tot het scheppen van het beeld van ‘de eeuwige vervolgde’, een vorm van mythologisch denken die binnen de eigen groep toelaatbaar is maar die niet opgedrongen mag worden aan anderen, zoals dat momenteel gebeurt met het tot religie uitroepen van de Holocaust, een daad die in wezen weinig meer is dan het opdringen van de rechts-nationalistische PURIM-mythe aan de internationale, niet-joodse, meerderheid.

In het PURIM-verhaal is er sprake van voor iedereen geldende wetten die door een kleine groep gelovigen wordt afgewezen. De eigen wetten en rituelen worden door de geloofsgemeenschap zo belangrijk geacht dat afstand doen van die formaliteiten gezien wordt als ‘de dood van het volk’,  een zaak die erger schijnt te zijn dan de keuze van onafhankelijke mensen voor het Leven, waar de hoofdpersoon van het christelijke evangelieverhaal naar wijst.  Zijn God is een anarchistische vadergod, die alle vormen van vals-autoritair machtsdenken afwijst.

In het evangelie wordt gesteld dat je je moet aanpassen aan de zeden en gebruiken van de staat waarin je leeft. “Geef de keizer wat de keizer toekomt en geef God wat God toekomt”. Niet de vorm is belangrijk, maar de geest.
Het PURIM-verhaal daarentegen stelt dat assimilatie voorkomen moet worden, zodat de enige oplossing om geaccepteerd te worden is er voor te zorgen dat je als uitverkoren groep zelf Keizer & Machthebber wordt….

“All the families of nations will bow before You.”

There is a custom to chant Psalm 22 on Purim – a psalm which describes the lonely journey of the Yehudim in a hostile world. According to tradition, King David dedicated this psalm to Queen Esther, as through the holy spirit, he foresaw the courageous role of Esther who risked her life to save her people. …
Towards the end of this psalm, however, we find a prophecy of hope which proclaims that all humankind will one day accept the unifying belief of the Yehudim:  “All the ends of the earth will remember and return to Hashem, all the families of nations will bow before You.” (Psalm 22:28)

Bovenstaande tekst wijst er op dat het begrip Messiaanse eindtijd gezien wordt als een periode waarin de eigen groepsgod (voor natiegebonden Zionisten de eigen staat en de eigen elite) geëerd worden door de anderen – mensen die er niet langer een eigen Godsbeeld op na mogen houden (een anti-zionist is een afgodendienaar).
“All the families of nations will bow before You.” Deemoedig dienen zij het hoofd te buigen wanneer hen wordt verteld dat ze afstand moeten doen van hun eigen goden die niets anders zijn dan idolen.  De uitverkorenen vieren feest. Zij hebben de idolen van anderen vernietigd, zodat er nog maar een idool overblijft: ‘het eigen, absoluut goede uitverkoren volk’.

Dat een weldenkend mens, die humanisme boven bekrompen vormdenken plaatst, een dergelijke vorm van moederloze religiositeit afwijst zal eenieder duidelijk zijn die DE RECHTEN VAN DE MENS serieus neemt.

Naar macht en eer verlangende collectivisten hebben nooit begrepen dat kiezen voor recht betekent dat je niet alleen de idolen van anderen moet afwijzen, maar ook de eigen idolen: weigeren dus partij te zijn in een conflict waarin de doodgewone, allesomvattende menselijkheid (waar het beeld van de Goddelijke Moeder naar verwijst) eist dat je onpartijdig bent…

Eduard Douwes Dekker (Multatuli), een christelijk-humanistisch denker in de ware zin van het woord, zou zeggen:  “Het is niet je taak jood of moslim of christen te zijn, nee, het is de opdracht van de mens ‘mens’ te zijn…”

Advertenties

Over Wim Duzijn
Astroloog, Anarchist, Schrijver. Voor meer info daarover. Zie mijn website: www.wimduzijn.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: