De Schoolmeester & de Anarchist

VK-blog, geplaatst op 25 oktober 2005 14:00 door Anarchist

Leerling: O geliefde Meester, ik kan mijn dwaling niet langer verdragen. Hoe vind ik de kortste weg naar de liefde?
Meester: Ga daarheen waar de weg het moeilijkst is. Wat de wereld verwerpt, neem dat aan. En wat de wereld doet, doe dat niet.. Gedraag u in alles tegengesteld aan de wereld. Dan bewandelt ge de kortste weg tot de liefde. (Jacob Boehme, mysticus)

Deel 1. Menno ter Braak, in: Carnaval der Burgers

De geleidelijke onderdrukking van de anarchistische omgang met de objecten neemt die jaren in beslag die men ‘de ontwikkelingsperiode’ van de mens noemt. Vaste, regelmatige namen, vaste, regelmatige waarden: daarin ligt het doel van iedere opvoeding, daarin schuilt ook haar onvermijdelijke burgerlijkheid…
Het kind is, oorspronkelijk, alleen. Het moet de mogelijkheid nog deelachtig worden, met anderen te zijn; voorlopig is het slechts in de nabijheid van anderen. Door zijn eenzelvige, anarchistische omgang met de objecten zou het zich een eigen wereld scheppen, een eigen reeks conventies, een eigen ‘burgerlijkheid’. Maar de anderen, de opvoeders, hebben ook leuzen, leuzen vol poëzie (het kind moet worden uitgerust voor de strijd om het bestaan, het kind moet een persoonlijkheid worden)…
De opvoeding moet ‘burgerlijk’ zijn, gemeenplaatsen bijbrengen, maar wil ‘dichterlijk’ zijn, persoonlijkheden scheppen. Vandaar dat de opvoeding twee uiterste resultaten heeft: ten top gedreven efficiency en verfijnde individualiteit. Vandaar dat er twee uiterste categorieën van opvoeders zijn: schoolmeesters en pedagogen. Vandaar dat voor het gemiddelde kind de schoolmeester zo kwaad nog niet is en de pedagoog veel te goed; want het gemiddelde kind moet efficiënt worden en niet poëtisch. (Hoofdstuk 2, Carnaval der kinderen)

 

Deel 2. Is het leven een marxistisch-kapitalistische gemeenplaats?

Het grote probleem waar je als anarchistische eenling altijd op stuit in een gesprek met een ‘aangepaste ander’ (iemand die volgens de terminologie van Ter Braak ‘gemeenplaats’ geworden is) is de vraag of kiezen voor een onaangepast bestaan elitair is of anti-elitair.
Marxisten en kapitalisten (tweelingbroers omdat ze allebei de mens zien als verlengstuk van ‘de economie’)  tonen nooit enige moeite of aarzeling bij het beantwoorden van die vraag. Zij hebben van de wereld een gemeenplaats gemaakt – hetgeen domweg betekent dat binnen hun wereld alleen plaats is voor ‘het gemene volk’, volk dat is opgevoed door frikkige linkse en/of rechtse schoolmeesters, die niet beschikken over poëtische leuzen (‘het kind moet een persoonlijkheid worden’) maar over collectieve dwangmethoden, die van de eenling een aan de anderen aangepaste gnoom dienen te maken: dwerg tussen dwergen, met geen ander levensdoel dan het scheppen van andere dwergen, die samen bouwen aan een dwergenmaatschappij waarin alles gemeenplaats of cliché geworden is.
Wat afwijkend lijkt is ook niet meer dan dat: een illusie die alleen maar daarom bewonderd wordt door andere mensen, omdat geen mens meer weet wat het verschil is tussen de illusie van een ordinaire gemeenplaats en de verfrissende werkelijkheid van de kinderlijke (tegendeel van ‘kinderachtige’)  persoonlijkheid die op een anarchistische wijze met het leven om wil gaan.
Dat is de reden waarom de discussie die momenteel gevoerd wordt over liberale vrijheid en socialistische gelijkheid een schijndiscussie is. Want een echte discussie eist dat diegenen die praten over vrijheid en gelijkheid weten wat ‘vrijheid’ en wat ‘gelijkheid’ is – een weten dat alleen dan weten wanneer het niet alleen de positieve kwaliteiten van de besproken onderwerpen kent, maar ook de negatieve eigenschappen ervan.
En daar wordt het verschil zichtbaar met de  anarchistische kijk op de wereld, die door Ter Braak eigen zou zijn aan de pedagoog, de kindvriendelijke opvoeder die moet voorkomen dat de eigenheid van het kind door schoolmeesters (die er alleen maar mogen zijn voor ‘het gemiddelde kind’) wordt weg genivelleerd.

Anarchisme (dat nooit in dienst staat van de middelmatigheid of het gemiddelde kind) weigert de wereld bekijken door de bril van de kleinburgerlijke gemeenplaats, die de begrippen vrijheid en gelijkheid altijd reduceert tot verschraalde vormpjes, die in dienst staan van de een of andere volwassen gemeenplaats, die, zoals hierboven werd aangegeven, ontworpen is door kille materialistische schoolmeesters, waarvan het kenmerk is dat ze afstand hebben gedaan van de poëzie, die kenmerkend is voor wat volwassenen vaak op op een wat overdreven sentimentele wijze ‘de blije wereld van het kind’ noemen – overdreven daarom, omdat vrijheid meer is dan blij zijn, maar ook het recht erkent kwaad te mogen worden, naar echte, vergeestelijkte liefde te verlangen, mogen janken en schreeuwen als je pijn hebt, en ga zo maar door…

Hetgeen betekent dat in een zinvolle discussie over vrijheid – uitgaande van de stelling dat werkelijke vrijheid een poëtisch-anarchistische levenshouding vereist – de deelnemers aan een debat zich af moeten vragen in hoeverre een marxistisch -kapitalistische maatschappij (en daar leven we in, nu China als anti-pedagogische marxistisch-materialistische supermacht het uiterlijk van het kapitalisme bepaalt) – een voedingsbodem kan verschaffen voor het ontwikkelen van persoonlijkheden die in staat zijn binnen een sfeer van gelijkschakelend economisch denken vrij te zijn.

Moet je – anders geformuleerd – elitair zijn om anti-elitair te kunnen zijn?

Advertenties

Over Wim Duzijn
Astroloog, Anarchist, Schrijver. Voor meer info daarover. Zie mijn website: www.wimduzijn.nl

2 Responses to De Schoolmeester & de Anarchist

  1. Jasper says:

    Ik zou er het begrip ‘vrije ruimte’ aan koppelen. Daarbij denk ik zowel aan speel-ruimte (ontdekken) als aan leef-ruimte (kunnen zijn wie je bent). Het lijkt er op dat in grote -ismen die ruimte niet mag bestaan en het individu altijd aan het zicht onttrokken wordt. Ik vraag me af of het anarchisme (dat naar mijn idee vanuit het tegenovergestelde vertrekpunt begint) wel een goed antwoord heeft op de vragen rond menselijk samenleven.

  2. Wim Duzijn says:

    Anarchisme is een erg ruim begrip JASPER. Het feit dat sommige politieke organisaties het woord claimen en er een eigen beperkte inhoud aan gaan geven betekent niet dat anarchisme eigendom is van die groeperingen. Anarchisme is juist in de eerste plaats ONT-EIGENING, en ONT-HEILIGING, niemand het recht geven jouw persoonlijkheid te kapen en te onderdrukken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: