Jazz, een bron van kracht

Hoewel de jaren ’50 het imago gekregen hebben van versuffing, versloffing en geestelijke debilisering vormen ze voor mij een soort hoogtepunt, een periode in mijn leven waarin ik op muzikaal gebied de ene nieuwe ontdekking na de andere deed – en ook kon doen – dankzij de aanwezigheid van vitale, inspirerende, non-conformistische mensen, die op een werkelijk verbazingwekkende wijze in staat waren het primitieve begrenzingsgedrag van het kleinburgerlijke ideologische denken te overwinnen.Onder ideologische kleinburgerlijkheid versta ik het verlangen de wereld op te splitsen in ‘goden’ en ‘duivels’, een vorm van dualisme die maar een enkele bedoeling heeft: mensen van de eigen groep het recht geven leden van de andere groep te demoniseren.


Hoe intelligent mensen ook mogen zijn, en hoe modern de wereld ook wordt ingericht, voortdurend blijven we als kosmos-gebonden wezens afhankelijk van de primitieve krachteninvloeden die als een soort Goddelijke scheppingsdaad de mensheid als spirituele last is meegegeven.
Juist vanwege het inzicht dat hier sprake is van een vorm van onherroepelijk noodlot waar de gemiddelde mens zich niet tegen kan verzetten ontstond de gedachte dat de mensheid een bevrijder of verlosser nodig heeft. Dat verlossingsdenken bestaat nog altijd binnen de Perzische vorm van de Islam – de Sjia – waar de verlosser MAHDI wordt genoemd, en ook binnen het jodendom, waar verschillende Messiasbeelden bestaan: het intellectuele (antizionistische) beeld van de wijsheidleraar waar elke generatie naar op zoek moet gaan en het anti-intellectuele (zionistische) beeld van de machtige veroveraar en strijder die op een sadistische wijze af zal rekenen met al diegenen die de primitieve oneerlijke groepsmoralist tot duivel heeft uitgeroepen (alleen leden van de eigen groep zijn goed).

In de jaren vijftig was er sprake van een sterke opleving van spiritueel-anarchistische vormen van bevrijdingsdenken, waartoe we ook de JAZZ-muziek kunnen rekenen.
Wanneer LOUIS ARMSTRONG jazz omschrijft als ‘What we play is life”, dan verwijst hij daarmee in feite naar het holistisch bevrijdingsdenken van de gnostische verlosser die mensen los wil weken uit het begrenzende vormdenken van de dualist, de mens die wil leven TEN KOSTE VAN de ander.
Dualisme is in feite afwentelingsdenken. Jij hebt het goed als de ander het slecht heeft. Achtervolg de ander daarom met haat, agressie, vernederings- en kleineringswoede, werp blindelings alles wat drek, vuil en onmenselijkheid in jezelf is in het tuintje van de ander, en ga vervolgens op een egoïstische manier feestvieren zonder je te bekommeren om de ellende die je in het leven hebt geroepen.
“Ze verdienen het toch? Als ze zo zwak zijn om zich te laten vernederen dan hebben ze pech gehad. Wie sterk is heeft altijd gelijk. Wie honger heeft vreet de ander op, dat is de wet die de natuur de dieren heeft meegegeven en per slot van rekening zijn we dieren, allemaal.”

Dat verlangen is astrologisch heel goed verklaarbaar. Astrologen hanteren een aspectensysteem (een aspect is de hoek die twee planeten met elkaar maken) dat er vanuit gaat dat er positieve en negatieve krachten in de wereld werkzaam zijn.
Wanneer de afstand volgens het theorieboekje ‘positief’ is worden de positieve eigenschappen van planeten versterkt, in het andere geval de negatieve eigenschappen.
Het inzicht dat er positieve en negatieve krachten werkzaam zijn was al heel vroeg in het menselijke beschavingsdenken aanwezig.
Ons Westers-religieuze denken is gebaseerd op de dualistische leer van de Perzische profeet ZOROASTER. Zoroaster plaatste de God van het Recht en de Waarheid (‘Ahura Mazda’) tegenover de anti-god van de leugen, de misleiding en het onrecht (‘Ahriman‘).
Natuurlijk wordt het allemaal niet zo hard en meedogenloos geformuleerd. Dualisten verpakken hun meedogenloosheid altijd in een mooi verhaal, en dat verhaal noemen ze ‘moraal’. Dat is de reden waarom anarchisten de kleinburgerlijke moraal wantrouwen en zich ‘immoreel‘ noemen: vijanden van de valse (dualistische) moraal.

Muzikaal gezien leven we nu in een tijd van anti-anarchistische debilisering. Muziek, met name jongerenmuziek, overschrijdt geen grenzen meer (is niet meer holistisch, probeert geen tegenstellingen te overwinnen, stelt ons niet meer in staat diep en intens te voelen), maar werpt dammen op, verdeelt, maakt mensen het leven moeilijk, probeert zelfs via de blinde overlevering aan sadistische geestelijke mechanismen mensen geestelijk en lichamelijk kapot te beuken…
Bijzonder opmerkelijk is dat gegeven niet. Valse moralisten proberen altijd een soort dierlijke of verdierlijkte dam in het leven te roepen die ten doel heeft individuen die iets meer willen weg te werken. Kenmerk van een valse moraal is altijd ‘eenlingenhaat’. Muziek die de eenling niet meer kent kun je daarom rustig zielloze muziek noemen. Muziek die een ziel bezit richt zich op de enkeling. Collectivisten maken nooit bezielde muziek.

In mijn lijstje van favoriete jazz-vocalisten neemt de Franse zanggroep Les Double Six Of Paris een belangrijke plaats in: mensen die muziek maakten die zo zowel intellectualistisch en doordacht, als vitaal en levenslustig is, op zo een krachtige manier dat zelfs de meest geniepige en valse – op verzwakking van de ander gericht – politieke vormdenker de positieve invloed ervan niet teniet kan doen.

JAZZ, zo kun je rustig stellen, was en is een poging mensen kracht te geven. Niet een gifpilletje dat met zijn negatieve bijwerkingen je nog zieker en zwakker maakt dan je al was, maar een staalpilletje dat de geest sterker en weerbaarder dient te maken. Niet roepen dat alles van waarde weerloos is, nee, het tegendeel: Alles dat van waarde is weerbaar maken.

Muziek als religie.
Muziek als eredienst.
Muziek als het mystieke pad dat ons voert naar een allesomvattende God die (zoals de oude Egyptenaren het formuleerden) ‘het geheel van het bestaande’ is.

 

Advertenties

Over Wim Duzijn
Astroloog, Anarchist, Schrijver. Voor meer info daarover. Zie mijn website: www.wimduzijn.nl

3 Responses to Jazz, een bron van kracht

  1. Jasper says:

    Helaas kan ik in deze vorm geen aanbeveling meer geven, maar toch met plezier gelezen. Leuke muziek ook, al blijft het wel wat braaf. De dames en heren staan op het plaatje heel beschaafd te doen in avondjurk en smoking.

    De jaren ’50 zijn toch ook de tijd van grote vernieuwing in de jazz: de cool jazz en de hard bop. Het doorbreken van barriéres.

    1. Miles Davis: MILESTONES

    2. Coltrane: BLUE TRAIN

    Wat vind je daar nu van?

    Wat dat betreft, de vijftigers horen er natuurlijk ook bij. En (mijn persoonlijke favoriet): de schrijvers die zich identificeerden als de beat generation (Ginsberg, Kerouac, Burroughs e.a). Typisch een beweging waarin een grote ruimte was voor ‘de radicale eenling’ zoals je het noemt. Dat een aantal van die eenlingen een natuurlijke affiniteit heeft met elkaars werk en denkbeelden en elkaar (kritisch) volgt maakt er dan een ‘beweging’ van. De hippie-beweging van de jaren ’60 was voor mijn gevoel veel meer op het collectief gericht; in zekere zin meer conformistisch. ‘Samen tegen de vijand’.

  2. Wim Duzijn says:

    In mijn reeks JAZZ-blogjes (zie de keuzebalk hierboven) besteed ik aandacht aan MILES DAVIS. Het eerste nummer waar ik echt verliefd op was (jarenlang) was ROUND MIDNIGHT.
    In dat blogje geef ik een beschrijving van mezelf: “Een wilde puber ben ik nooit geweest. Feestjes, uitgaan, stappen…, het waren bezigheden die me weinig genot verschaften…”
    Wanneer je zo een karakter hebt schiet je weinig op met een cultuur die je dwingt wild en onbeschaafd te zijn. Beschaafde jongens hebben beschaafde pretjes nodig. Wild zijn, leuk.., maar dan alleen in de vorm van spel en vermaak. Zodra er een modebeweging onstaat die het een benadrukt ten koste van het andere is er iets mis. Daarom wijs ik er steeds op dat JAZZ een holistische onderneming was. Een soort anarchistische ‘grote familie’, waarin de een de ander niet onderdrukt. Het waren de linkse intellectuelen die in de jaren 60 en 70 in hun kritische blaadjes de jazz in een keurslijf wilden persen. Louis Armstrong werd een ‘Uncle Tom’ genoemd, alles wat te harmonieus of te klassiek was kreeg het etitket ‘reactionair’.., terwijl Armstrong toch ooit op een erg fraaie wijze Jazz een liberale omschrijving mee gaf: “What we play is life…”.
    Het leven is niet reactionair en het leven is niet wild… Het leven omvat alles, dus ook lieve deftige en beschaafde jongens en meisjes die op hun eigen wijze een bijdrage leveren aan ‘de jazz’…
    De rock and roll en drugsgeneratie heeft me nooit aangesproken. Veel te eenzijdig. BURROUGHS boeide me aanvankelijk omdat hij me liet kennismaken met een wereld waarin homosexualiteit een grote rol speelde. Maar als je eenmaal weet wat er te koop is in die wereld dan krijg je al snel genoeg van ‘de scene’…

    Nog even over MILES DAVIS. ROUND MIDNIGHT was een absolute topper. Maar de tweede topper was voor mij de LP Ascenseur pour l’echafaud (muziek bij de gelijknamige film).

  3. Wim Duzijn says:

    Nog even over de jaren 60 ‘revolutie’ (revolutie tussen aanhalingstekens omdat het een destructief proces was in mijn ogen en geen vernieuwend proces). Er werd massaal gekozen voor het COLLECTIVISME (vandaar mijn stelling dat het een destructief proces was).
    In mijn schrijfsels wijs ik daar voortdurend op, dat we in een wereld leven waarin nog altijd de eenling wordt ontkend.

    Op de achterflap van mijn verhalenbndel REVOLUTIE IN HET GEKKENHUIS stond en staat de volgende tekst afgedrukt:
    ‘Revolutie in het Gekkenhuis is een wending in de Nederlandse letteren. Het bevat korte verhalen die geschreven zijn in een verfrissend proza: lichtvoetig en direkt, zo helder en simpel, dat gesproken kan worden van een breuk met de heersende literatuuropvattingen, die er, volgens de auteur, op zijn gericht de lezer in te lijven in een burgermanswereld, waarin slechts plaats is voor oppervlakkigheid, levensangst of oeverloos gezeur. De verhalen variëren van bizar tot regelrecht ontroerend, met één duidelijke lijn: het gevecht van het individu met de verstikkende maatschappelijke krachten…’

    Mensen die zich ‘eenling’ noemen zijn dat niet. Wilde jongens als Paul de Leeuw, Giel Beelen en andere wilde figuren halen tonnen per jaar binnen met een leefwijze die het tegendeel is van rebels. Ze bouwen een wereld op waarin geen paats is voor een serieuze ander. En ja, dan is voor mij de lol er af. Wat heb ik aan een woning waarin ik buiten in de tuin in een kil hondenhok mag slapen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: