Marcel Peereboom & Joep Meloen

“Wie hecht er anno 2020 nog waarde aan astrologie” vraag Telegraafcolumnist Marcel Peereboom Leger zich af in de krant van 19 februari. “We lopen toch ook niet met een wichelroede?”
Aardige argumentatie natuurlijk, gespeend van elke vorm van logica, maar dat is nu juist het kenmerk van elke vorm van kleinburgerlijk, lees: vals-moralistisch, denken: dat je het een veroordeelt door het te koppelen aan zaken waarvan je denkt dat mensen ze zo onzinnig vinden dat ze niet meer bereid zijn de juistheid van je eerdere stelling in twijfel te trekken.
“Wie eet er nog aardappels? We weten toch ook geen bloembollen meer? Zoiets, want een verwijzing naar de tweede wereldoorlog, een tijd waarin volgens de vals-moralistische overlevering iedereen bloembollen at, doet het altijd goed.
Ik houd als serieuze astrologiebeoefenaar niet zo erg van dergelijke constructies en van het vervelende gegeven dat je integriteit voortdurend ter discussie wordt gesteld door mensen die op een volstrekt oneerlijke wijze je met nep-argumenten om de oren slaan.
Als je een discussie aan wilt gaan met een ander, gebruik dan logische argumenten en beroep jezelf nooit op autoriteiten die het tegendeel zijn van ‘echte autoriteit’.
Zondigen tegen de logica is binnen het anti-spirituele wereldje van de neoliberale zakenman de gewoonste zaak van de wereld. Donald Trump is er groot mee geworden. Het ligt dan ook voor de hand dat het anti-rationele sterke-mannen gedrag van Trump door dik en dun verdedigd wordt door een andere vals-moralistische Telegraaf-grootheid: Leon de Winter.
Leon is een meester in het ontwerpen van schijnconstructies. En wat zo bijzonder is van Leon is dat hij ons wijs wil maken dat de schijnwereld die hij verdedigt de realiteit is.
Marcel Peereboom Leger (hij schijn in het echt ‘Voller’ te heten, maar ik vind hem een leeghoofd.., vandaar de wijziging die ik heb aangebracht) wijst als autoriteit (een soort goeroe dus die de wijsheid in pacht zegt te hebben), zijn vriendin aan, een soort dramatische wending in zijn betoog, die ouderwetse literatuurrecensenten mogelijk zouden omschrijven als een ‘deus ex machina’ (‘ een techniek in een verhaallijn met onverwachte plotontwikkeling’), maar die in de wereld van Leon en Marcel gewoon ‘een logische stap’ wordt genoemd.
Die vriendin dan, zij is naamloos en gezichtsloos en verkrijgt daardoor een soort goddelijke status, tikte Marcel – volgens het stukje in de Telegraaf – toen hij haar vroeg wat haar dierenriemteken was hardhandig op de vingers. Met een boos en zeer zuur gezicht zou ze geantwoord hebben: “Ik ben een meloen”, niet zo maar een meloen, nee, ‘een watermeloen’…
En op dat moment, stelt Marcel, als was hij een soort wedergeboren christen, brak het licht in mijn hoofd door en werd ik een normale, moralistische Telegraafman: een echte watermeloen!

Normaal willen zijn, wat stelt het voor? Van de week is het weer carnaval, een tijd waarin zich normaal noemende mensen, vaak nog Rooms ook.., zich te buiten gaan aan lompe flauwekulactiviteiten waar ik al van kinds af aan een gruwelijke pesthekel aan heb gehad. En juist nu schrijft Marcel meloen zijn idiote anti-astrologieartikel.
Zodat ik weinig anders kan doen dan hem, en de andere watermeloenen van de Telegraaf, de carnavalshit van Andre van Duin aan te bieden: “Ik ben Joep Meloen”

ALAAF!

Blondie Eert Margriet

De Ketterse Kathedraal – Blondie Eert Margriet
Wim Duzijn – VKBlog – dinsdag 4 januari 2011

We three kings of Orient are
Bearing gifts we traverse afar
Field and fountain, moor and mountain
Following yonder star…
Star of wonder, star of night
Star with royal beauty bright
Westward leading, still proceeding
Guide us to Thy perfect light

Binnen het Oriëntaalse denken, dat in het Westen omgevormd werd tot een hogepriesterlijke religie door de Roomse (staat-gebonden) kerk, werd er een scherp onderscheid gemaakt tussen op ORDE gerichte krachten en op CHAOS gerichte kirachten.
Wat wij in onze moderne maatschappij de belangrijkste taken noemen van ‘de
overheid’ (gezagstaken dus) waren in de oudheid kwaliteiten die toegekend
werden aan drie planeten (die door sommige astrologen ‘koninklijke’ of
‘Messiaanse’ planeten worden genoemd):

Saturnus (vader – de wetgevende macht),
Maan (moeder – zorg en veiligheid – uitvoerende macht) en
Jupiter (geest – middelaar – de rechterlijke macht).

De term ‘macht’ die wij hanteren is in feite onjuist, omdat macht uitoefenen altijd gepaard gaat met de een of andere vorm van zelfvergoding, dwingelandij en bestraffing, zaken die astrologisch gezien horen bij de tekens Leeuw (macht, hoogmoed) en Schorpioen (dwang, destructie) .
De keuze van Rome voor de macht (Rome is de staatgeworden afbeelding van ‘christus’) is een keuze voor het anti-Oriëntaalse Joods-klerikale denken, de keuze voor valse moralisten (hogepriesters) die zichzelf via vergoddelijking van hun ‘moraal’ (de religieuze wet) onaantastbaar hebben gemaakt.

Prinses Margriet:
“Als kind speelde ik graag verpleegstertje…”

De TELEGRAAF van 31 december 2010 besteedt aandacht aan Prinses Margriet, een vrouw die astrologisch gezien een echte ‘koninklijke hoogheid’ is, hoewel ze ‘prinses’ wordt genoemd en daarom volgens de burgerlijke logica de mindere is van haar zus Beatrix, die de rol van ‘koningin’ speelt en als zodanig ‘majesteit’ genoemd wenst te worden.
De astrologie kent, zoals hierboven wordt aangegeven, drie koninklijke (of Messiaanse) planeten, waarvan in het Midden-Oosten JUPITER de belangrijkste was (hij treedt als Ahura Mazda op in Perzië – de tegenpool van Ahriman, die voor chaos en hoogmoed staat – en als Marduk, de rechtvaardige, in Babylon).
De nadruk die in het Perzische denken wordt gelegd op rechtvaardigheid en
waarheidsliefde kun je Jupiteriaans noemen.
Wanneer er in die wereld gesproken wordt over ‘het Messiaanse tijdperk’, dan wordt
daarmee aangegeven dat leugenaars en arrogante, onrechtvaardige mensen aangepakt
zullen worden door mensen die in staat zijn eerlijk, gewoon en rechtvaardig te
zijn.
Astrologen stellen geboortehoroscopen op die een soort blauwdruk van het karakter laten zien: niet hoe je je gedraagt als aangepaste kleinburger (meestal liegend, bedriegend, slijmend , trappend, konkelend, hatend…, alleen maar om deel van de geslaagde meerderheid te mogen zijn..), maar wie en wat je in potentie bent en kunt zijn….
Het zal duidelijk zijn dat iemand die een veilige plaats in de maatschappij inneemt minder moeite zal hebben de positieve waarden die bij het Messiaanse denken behoren uit te dragen dan mensen die vechtend en buitelend deel uitmaken van de ‘Rat Race’ die het alledaagse leven vaak is.
Hetgeen niet wegneemt dat ook binnen de wereld van de alledaagsheid gewone mensen KONINGEN kunnen zijn, mensen die in staat zijn ‘vader, moeder & geest’ te zijn.
De horoscoop van Prinses Margriet is koninklijker dan de horoscoop van haar zus Beatrix: Zon in Steenbok, Maan in Kreeft, ascendant in Kreeft, Jupiter in het ascendanthuis.

De horoscoop van Beatrix toont sterke agressieve tendensen: MARS- en PLUTO-invloeden zegt de astroloog. Zijzelf spreekt over haar ‘Russische temperament’.
Als kind was Beatrix een agressief meisje. Vooral in Canada, waar elke ouderlijk
toezicht ontbrak, omdat Juliana het tegendeel van een strenge moeder was, brak regelmatig het beest in haar los.
Legendarisch (ik baseer me op uitspraken van journalist Willem Oltmans) zijn de beschrijvingen van bezoekers die haar tonen als een onbeheerst meisje dat wild met de
soeplepel op haar bordje slaat… mogelijk een aan het tsarenrijk ontleend Russisch toneelstukje, maar erg hinderlijk voor diegenen die een vriendelijk gesprek met haar moeder wilden aanknopen.  Niet koninklijk in de zin van waardig en beheerst dus. Het tegendeel van een Messias en een bewijs voor de stelling dat overgeërfd ‘koningschap’ onzinnig en zelfs gevaarlijk kan zijn. Gevaarlijk daarom omdat je iemand die een immense, negatieve en/of gewelddadige beroerling kan zijn ‘KONING’ moet noemen, een situatie die je ook aantreft in landen waar geen scheiding bestaat tussen kerk en staat…, landen dus waar de moralist zichzelf tot god verheven heeft.

Margriet was anders. In het Telegraaf-interview vertelt ze dat ze als kind vaak verpleegstertje speelde… Dat is wel wat anders dan driftig met een grote ijzeren lepel op je bordje slaan….!

“Iedereen denkt denkt altijd dat het de invloed van mijn moeder is geweest dat ik voor het RODE KRUIS heb gekozen, maar dat is absoluut niet zo. Als kind speelde ik vaak verpleegster met vriendinnetjes. Ik had ook een uniformpje en de hele mikmak…”
“Het RODE KRUIS staat voor het handhaven ofwel het beschermen van de integriteit van elk mens, voor het onvervreemdbare recht om te leven, voor het respect voor de menselijke waardigheid.”
“Toen ik als vrijwilligster begon heb ik de grondbeginselen van de organisatie uit mijn hoofd moeten leren. Die heb ik diep in mijn hart gesloten, ik was verkocht.
Voor mij is medemenselijkheid de belangrijkste. Wel in relatie tot de twee andere: neutraliteit en onpartijdigheid – die volgen daar direct op en zijn er onlosmakelijk mee verbonden. En het is zo dat iedereen binnen de organisatie hiervan doordrongen is…”
“Mensen komen naar het RODE KRUIS toe omdat wij niet met ons oordeel klaar staan. En niet de een boven de ander stellen. In een conflict helpen we beide partijen.”


 

reacties
View 04-01-2011 14:38
Prachtig blog weer.
Onderbouwd en verzorgd.
Margriet is mij sympathiek
dus graag gelezen

Wim Duzijn 04-01-2011 16:05
Echt een vrouw om verliefd op te worden.
Als kind liep ik al achter zulke vrouwen aan…


Het blogje maakte deel uit van een reeks bijdragen die gerangschikt werden onder de gemeenschappelijke noemer ‘Ketterse Kathedraal‘. Aanleiding was een uitspraak van VK-columnist Jan Blokker: “We moeten onze wereld vol bouwen met ketterse kathedralen, om te voorkomen dat de conservatieve jurkmensen de macht overnemen..”
Jan Blokker noemde zichzelf anarcholiberaal. Gekant tegen elke vorm van religieus-morele terreur. Joods-Zionistische moralisten – vijanden van de vrije geest – noemde hij zonder blikken of blozen ‘vertegenwoordigers van de Joodse inquisitie’.

Een Vrouw met een Piemel

In dagblad Trouw van 18 januari vraagt Monic Slingerland de lezer of hij of zij een kind op jeugdige leeftijd een hormoonbehandeling zou geven, waarmee ze bedoelt dat je het kind via externe medische ingrepen een andere geslachtsidentiteit wil geven. Meisje wil jongen worden, of jongen wil meisje worden.

Mijn antwoord is duidelijk. Ik zou weigeren. Ik ben een felle tegenstander van welke vorm van identiteitsverandering dan ook. Juist ook omdat ik de overtuiging ben toegedaan dat een mens meer is dan een biologisch wezen, zodat de beleving van eigen identiteit in sterke mate afhankelijk is van psychische processen die niet altijd juist en betrouwbaar zijn…;  denk aan zoiets ingrijpends als een psychose, een geestelijke toestand die de vloer aanveegt met het begrip ‘identiteit’.
Identiteit is een vaag begrip. Mensen identificeren zich met de vreemdste zaken, hetgeen alle eeuwen door wijsheidzoekers ertoe heeft gebracht mensen te adviseren een zoektocht te maken naar je echte zelf, een zelf dat meer is dan het simpele biologische wezen dat je voor de buitenwereld bent.
En juist omdat identiteit voor een groot deel samenhangt met psychische processen in jezelf is het niet juist de psychische beleving van de  werkelijkheid te negeren en je eenzijdig te richten op de biologische begrippen ‘man’ en ‘vrouw’.
Het wordt wat anders als de biologische identiteit van het kind niet vast staat, een jongen (bijvoorbeeld)  die geboren wordt met een vrouwelijk geslachtsorgaan, maar zonder baarmoeder en borsten. In dat geval is er sprake van biologische fouten en kan een medische behandeling gerechtvaardigd zijn.
In alle andere gevallen loop je het gevaar dat je behandeling weinig meer is dan – zoals Germaine Greer dat op harde wijze noemt –  zelfverminking: een aanslag plegen op je eigen lichaam, die helemaal niet nodig is, wanneer je de psychische beleving van de eigen identiteit op de eerste plaats zet.
Je kunt een sterke man zijn, wat uiterlijk betreft, en toch jezelf in een wereld plaatsen waarin je gevoelsmatig vrouw kunt zijn, gevoelens beleven dus, waarop de buitenwereld het etiket ‘vrouwelijk’ heeft geplaatst.
Het probleem is natuurlijk dat mannen die een vrouwelijke wereld willen opbouwen zich vaak stuklopen op een macho-maatschappij die domweg geen ruimte meer biedt aan mensen die zich niet thuis voelen in een primitieve hokjesmaatschappij, waarin de mens gereduceerd is tot biologisch ding.
In dat geval is transgenderschap die ertoe leidt dat een normaal mens wordt omgebouwd tot ding dat ingepast kan worden in een kwaadaardig systeem gewoon een kwaadaardig gebeuren.
Het is een aanval van lompe mensen op de geestelijke integriteit van een gevoelig mens, het demonstreert het  onvermogen ook mensen zichzelf te laten zijn in een maatschappij die vrouwelijk gedrag  in een man ziet als een soort afwijking van de biologische norm.
Binnen de wereld van de eenzijdige  bioman of biovrouw wordt altijd op een negatieve wijze gegeneraliseerd. De man moet zich als echte man gedragen, de vrouw moet een echte vrouw zijn. Dat is de reden waarom gevoelige mannen die vrouwelijke zachtheid in zich voelen het eigen lichaam gaan haten. Dat lichaam dwingt hem op een tegennatuurlijke wijze mannelijk te zijn, terwijl de zachtheid in zichzelf hen dwingt zichzelf ‘vrouw’ te noemen, ook al dat helemaal niet nodig is.
Dat aanpassingsproces ontwikkelt zich sterk in kinderen gedurende de pubertijd. Maar bij sommige kinderen  – zoals transkinderen – schijnt dat proces al eerder plaatst te vinden.
Zo zegt Nora Monsecour (een transgender die als voorbeeld is gekozen voor de hoofdpersoon in de film GIRL van Lukas Dondt) over zichzelf: Op mijn vierde jaar schreeuwde er al een stemmetje in mijzelf  ‘dat vieze piemeltje moet weg’, ‘ ik haat dat dingetje’…
Als nuchtere buitenstaander noem ik zoiets een vorm van psychopathologisch gedrag. Waarom zou je als klein meisje een piemel een vies dingetje moeten noemen. Zo een uitspraak laat volgens mij zien dat hier geen lief onschuldig menselijk wezentje spreekt..
Het is net zoiets als homo’s die als ze een bloot meisje zien zeggen: O, niet naar kijken, want dat meisje heeft een vies dingetje tussen haar benen..
Ik bedoel, het is een vorm van niet rationele beleving van de werkelijkheid. Een vagina – toegegeven –  kan er behoorlijk vies uitzien, wanneer de schaamlippen er een beetje chaotisch, uitgerekt en slap bij hangen, en soms zie je ook mannen met piemels waarvan je denkt: nou, dat zou er best een beetje beschaafder uit mogen zien meneer. Echt van die grote dierlijke gevallen, waarvan je denkt: jezus, dat is een hondenlul of paardenlul… niet echt mooi  dus, vooral in de ogen van mensen die een beetje een vrouwelijke inslag hebben.
Maar een jongetje van vier jaar heeft geen hondenlul, die heeft een heel klein, veelal zacht rozig dingetje uit zijn buik steken en wanneer je daar dan naar gaat zitten wijzen en  gaat schreeuwen: haal dat vieze dingetje weg dan vraag ik mezelf toch echt af of er hier geen sprake is van bezetenheid, een psychotische situatie dus waarin de eigen identiteit  wordt verdrongen of aangevallen door een invloed die je moeilijk ‘vrouwelijk ‘ kunt noemen.
Wanneer ik als vrouwelijke vent mensen ontmoet die naar mijn kruis wijzen en schreeuwen: haal dat vieze gevalletje weg ja.. dan heb ik toch echt de neiging om ze een flinke knal voor hun kanis te geven. Oprotten ja, blijf van mijn lul af.
Eigenzinnig als ik ben zet ik meteen een grote pruik op mijn hoofd en ik roep: Mag een vrouw een piemel hebben –  ja?
Zo is het toch? Waarom sturen we al die psychologen en psychiaters die vrouwelijke mannen hun piemel af willen pakken niet naar een heropvoedingsgesticht?
Ik kan me daar echt over opwinden omdat ik zelf als kind ook sterke vrouwelijke eigenschappen bezat.
Ik was verzot op vrouwelijke zaken als poppen en gedichtjes en sieraden en ga zo maar door, maar tegelijkertijd was ik ok een serieus mannelijk ventje dat het liefst met uiterst mannelijk ogende bouwdozen speelde.
In de lompe mannenwereld  van wat men voetbalminnend Nederland noemt zijn al die nuances  verdwenen. Dat is de reden waarom ik de meeste psychologen niet serieus neem. Dat zijn geen mensen die de menselijke geest willen leren kennen, maar mannen die de voetbal tot God verheven hebben.
Ben je een jongen en wil je niet voetballen? O, hupsakee, gauw met een groot mes je piemel eraf…
Nou, dat is toch echt sadisme van het zuiverste water en daarom zeg ik dus nee tegen het transgenderschap.

Wat ik wel waardevol vind is de vrijheid om dat gedrag te kiezen en die  kleding te dragen die je zelf mooi vind. Wees een vrouw, maak jezelf op, maar zie in je piemel geen vies ding, maar een mooie, genot schenkende vrouwenclit.
Dat zou je geestelijk transgenderschap kunnen noemen.
Je piemel noem je gewoon clitoris. Je mannenborsten zijn vrouwentieten, en als je iemand anders gaat zoenen dan denk je bij jezelf: ik ga je lekker op een heel meisjesachtige wijze zoenen. en dat is best wel lekker, want je hebt kerels die niks afweten van zoenen, die als een lompe beer op een vrouw gaan liggen bonken en in een woeste bui de tepels van de partner er als het ware afbijten. Zo van: een man is een beest en een vrouw is in mijn wereld weinig meer dan een dood lijk.

Ja, ik geeft toe dat ik mezelf hard opstel, maar ik ben nu ik dit schrijf dan ook een zeer vrouwelijke man die op een furieuze wijze haar piemel aan het verdedigen is.
Ik ben een vrouw met een piemel. Mag ik?

Einstein versus Idolatry

Things you need to know about Albert Einstein
By Walter IsaacsonThursday, April 05, 2007


Did Einstein believe in God?

Yes. He defined God in an impersonal, deistic fashion, but he deeply believed that God’s handiwork was reflected in the harmony of nature’s laws and the beauty of all that exists. He often invoked God, such as by saying He wouldn’t play dice, when rejecting quantum mechanics.
Einstein’s belief in something larger than himself produced in him a wondrous mixture of confidence and humility. As he famously declared:
“A spirit is manifest in the laws of the Universe — a spirit vastly superior to that of man, and one in the face of which we with our modest powers must feel humble. In this way the pursuit of science leads to a religious feeling of a special sort.”
When asked directly if he believed in God, he always insisted he did, and explained it once this way:
“We are in the position of a little child entering a huge library filled with books in many languages. The child knows someone must have written those books. It does not know how. It does not understand the languages in which they are written. The child dimly suspects a mysterious order in the arrangement of the books but doesn’t know what it is. That, it seems to me, is the attitude of even the most intelligent human being toward God. We see the universe marvelously arranged and obeying certain laws but only dimly understand these laws.”

What were Einstein’s politics?

He was a pacifist until Hitler came to power and caused him to revise his geopolitical equations. He urged the building of the atom bomb, but then became a leader in the movement to find ways to control it.
Just as he sought a unified theory in science, he sought a world federalism that would impose order on competing nations.
His belief in the value of free thought and speech, and his merry willingness to defy authority, caused him to be an adamant opponent of McCarthyism.

With his resistance to McCarthyism and quantum uncertainty, was Einstein disillusioned at the end?

Einstein was not destined to die a bitter man. He came to understand America’s freedoms, and he was pleased that democracy tended to balance itself after such excesses as the McCarthy investigations.
On his deathbed in 1955, he worked on a speech he was scheduled to give for Israeli independence day. “I speak to you today not as an American citizen and not as a Jew, but as a human being,” it began.
He put it aside on that final night to pick up a notebook that was filled with scribbled calculations. To the very end, he struggled to find his elusive unified field theory.

Einstein weighed-in on numerous issues of his time. He opposed the bombing of Hiroshima and Nagasaki–particularly because of his role in developing nuclear technology.
While he favored the creation of a Jewish state, he did not advocate for a theocratic, official nation, saying:
“I should much rather see reasonable agreement with the Arabs on the basis of living together in peace than the creation of a Jewish state.
Apart from practical consideration, my awareness of the essential nature of Judaism resists the idea of a Jewish state with borders, an army, and a measure of temporal power no matter how modest.”
He once proclaimed: “My political ideal is democracy. Let every man be respected as an individual and no man idolized.”
Such views often put him at odds with the political elite of his adopted country of the U.S. and the FBI had an “agitator” file on Einstein.

 

Gesprekken met Hitler

Een interview met Adolf Hitler uit 1933

Sinds begin 1933 stond Adolf Hitler aan het roer in Duitsland. Journalisten stonden te trappelen om hem te bevragen over wat hij wilde. Anne O’Hare McCormick interviewde de Führer op 10 juli 1933 voor The New York Times.
Dagblad TROUW (19-11-2019) geeft een voorpublicatie uit de bundeling van vooroorlogse interviews met Adolf Hitler.
De citaten hieronder zijn daaruit afkomstig…

“Wat ik van plan ben te doen op het economische front, vraagt u? Laat mij eerst vertellen wat onze problemen zijn en waarom we vastberadenheid aan de dag moeten leggen om die op te lossen.
“Hoe zag de situatie eruit toen ik aan het bewind kwam? We zaten met 6 à 7 miljoen werklozen. Het regeringsapparaat had geen gezag. Onze burgers hadden geen oog voor de belangen van de staat. In onze branche- en vakbondsorganisaties vierde egoïsme hoogtij en lag de focus vooral op enkele particuliere doelen.
“Om die algehele verlamming te verhelpen, om de bedrijvigheid weer op gang te brengen, moet het bedrijfsleven zich bedienen van nieuwe methoden, nieuwe principes huldigen en van mentaliteit veranderen….
“De tweede remedie is een volledig nieuwe visie op bestuurlijk niveau. We snijden op dit moment drastisch in de ambtelijke rompslomp.
“Ten derde staat de natie nu in een andere relatie tot de economie en de politiek. De gedachte daarachter is dat we willen afrekenen met het klassenegoïsme en het volk willen leiden naar het gewijde, collectieve egoïsme dat ‘de natie’ belichaamt.
“De tijd is rijp voor een economische inhaalslag, voor nieuwe wegen, metro’s, geëlektriseerde treinen, het is tijd om de industrie terug te eisen en te decentraliseren, om nieuwe ambachten de ruimte te gunnen.”

Acht u het mogelijk dat de parlementaire democratie wordt hersteld in Duitsland?
“Ja, maar met een ander en beter soort parlement, waarin volksvertegenwoordigers op technische, professionele gronden zetelen.

Hoe zit het met de Joden? Hoe beoordeelt u op dit moment de voor- en nadelen van uw anti­semitische beleid?
Het klopt dat we discriminatoire maatregelen hebben getroffen, maar die zijn niet zozeer gericht tégen de Joden als wel vóór het Duitse volk – om de meerderheid gelijke economische kansen te bieden.
“U zegt dat Joden het zwaar hebben, maar dat geldt ook voor miljoenen anderen. Waarom zouden de Joden niet delen in de ontberingen die het hele land teisteren?
“U moet in gedachten houden dat wij onze strijd niet primair tegen de Joden als zodanig voeren, maar tegen de communisten en alle andere elementen die ons moreel ondermijnen en ons vernietigen.
Als ik een proces begin tegen een communist vraag ik ook niet of hij afkomstig is uit Saksen of Pruisen. Ik bedoel: ik kan een communist niet ontzien omdat hij Joods is.”

Welk historische figuur bewondert u het meest? Caesar, Napoleon, Frederik de Grote?
“Nee. Ik bewonder eerder Oliver Cromwell. Ik geloof niet dat deze man van bescheiden komaf de grootste aller tijden was, maar hij heeft wel Engeland gered van een crisis – even ernstig als de crisis die we nu doormaken ­– door het parlement zijn plaats te wijzen en het land te verenigen.

Eric Branca
De vergeten gesprekken met Hitler
Vert. Hans E. van Riemsdijk, New Book Collective; 320 blz.; € 25

Cromwell nam de leiding van het land in handen door leider te worden van de Staatsraad. Hij regeerde bij dictatoriale volmachten. In 1653 liet hij zich door de Krijgsraad benoemen tot Lord-Protector.
In 1651 liet hij het parlement de ‘Acte van Navigatie’ aannemen, waarmee de basis werd gelegd voor het latere imperialistische beleid van Engeland.

Over Het Leven En De Dood

Over Het Leven En De Dood
Wim Duzijn, september 2002

Info: Dit artikel is geschreven in het jaar 2002, het jaar waarin via demonisering van het Baathism in Irak en het tot absolute waarheid uitroepen van door oorlogszuchtige sadisten in het leven geroepen leugens het klimaat werd geschapen voor een oorlog die door eerlijke mensen ‘illegaal’ werd genoemd…
Demonisering van tegenstanders en het tot waarheid uitroepen van leugens vormen nog altijd het hoofdbestanddeel van Amerikaans-Israëlisch politiek denken, hetgeen voor mij de reden is tot herplaatsing over te gaan…
Lees meer over dit bericht

Gert-Jan Segers & de Doorbraak

“Een profeet is geen profeet als hij alleen maar de staande praktijk bevestigt.  Na de Tweede Wereldoorlog is er een hele Doorbraak-generatie geweest die voor verandering stond. Maar daarna is het geloof verdampt, God uit het zicht verdwenen en heeft de impliciet-christelijke inzet nauwelijks verschil gemaakt.
IZB-profeet Wim Dekker waarschuwt ons dat dit schip op het strand ons baken in zee is. Je kunt als navolger van Christus alleen maar midden in de wereld staan, als je tegelijk ook heel dicht bij God leeft. Als het geheim van Gods genade in Christus niet bewaard wordt en als onze verborgen omgang met Hem verdwijnt, dan lossen ook wij met al onze goede bedoelingen op in de hitte van onze seculiere cultuur. Ik hoop het nooit te vergeten.” Gert-Jan Segers, 10-9-2015

Lees meer over dit bericht

Vrijheid & de Antichrist

Veel mensen (religieus of antireligieus) zijn geneigd het eigen karakter tot ‘God’ uit te roepen.
Het is een gedachtenfout die toe kan leiden dat opvoedingsinstituten ‘conditioneringsoorden’ worden waar autoritaire, zich ‘god’ wanende dictators de leerlingen een beperkt wereldbeeld opdringen, dat alleen maar in dienst staat van zelfhandhaving – met andere woorden: opvoeding is indoctrinatie in dienst van conservatieve ‘status-quo handhavers’.
Lees meer over dit bericht

Wouter Bos: een bitterzoete symfonie

It’s a bittersweet symphony, this life
Trying to make ends meet
You’re a slave to money – then you die

 

Wouter Bos, inmiddels ex-politicus, omschreef zichzelf in interviews als een verschrikkelijke softie.
Bij zijn vertrek uit de politiek plaatste hij de in zijn ogen softe wereld van ‘het gezin’, ‘de familie’ en ‘de kinderen’ boven de harde wereld van de politiek.
Waar vrouwen door linkse feministen worden opgeroepen de kinderwagen de deur uit te doen, daar schafte Wouter zichzelf een superkinderwagen aan…
Twijfel, onzekerheid, niet echt meer geloven in de stellige ideogische uitspraken die bij partijleiderschap horen speelden ook een rol.
In de(jaren geleden)  door de VPRO uitgezonden WOUTER-TAPES zag je weinig terug van het optimisme dat sociaal-democraten zeggen uit te dragen.

Lees meer over dit bericht

Hirsi Ali & de Sharia

Op de website van Elsevier werd een artikeltje van en over Hirsi Ali geplaatst.
Hirsi Ali is een vrouw die op een zeer directe wijze geleden heeft onder de ouderwetse seksonvriendelijke bepalingen van de Islamitische wetgeving (Sharia).
Ze is als kind besneden:  “Ik ben zelf besneden toen ik vijf jaar oud was. De ergste vorm is op mij toegepast: infibulatie. Dit betekent dat ze alles wegsnijden: zowel de clitoris als de schaamlippen. Vervolgens ben ik dichtgenaaid…”
Lees meer over dit bericht