8: boris & beelden van poep
Eerder geplaatst als VK-blog, maandag 3 mei 2010 11:34 door Wim Duzijn
Gisterenavond (al weer een tijd geleden) heb ik naar WINTERTIJD gekeken.
Heel laat, bijna twaalf uur, op het kanaal van de AVRO, in een stille, verlaten wereld, alleen voor de buis, alsof het een wat viezig ingekleurd programmaonderdeel betrof, dat niet gezien mag worden door ouwelijke, vroegwijze kleuters waarop niet bijzonder kindvriendelijke moralisten het etiket ‘onschuldig’ hebben geplakt.
Gelukkig heb ik geen kinderen en ik hoefde ze dus niet naar bed te sturen om ze te beschermen tegen de slechte invloed van Harry de Winter’s ‘late avond’ gasten.
Boris Dittrich stond centraal in het programma, waarvan de bedoeling is dat de gast ons vertelt wat zijn muzikale voorkeuren zijn, een wat frivole, hoewel soms best wel zinvolle, bezigheid die de programmamaker op de gedachte heeft gebracht de muziek te combineren met wat losse flarden biografisch feitenmateriaal, zodat de oppervlakkige kijker toch de indruk krijgt dat hij meer doet dan lui uitgezakt in zijn fauteuil staren naar een frivole ‘late avond’-gast, die de half ingedutte kijker voor het slapengaan nog even wat leuks en opwindends laat zien.
Seksfilms zie je niet veel meer de laatste tijd – masturbanten trekken zich nu af voor de computer, dat ogenschijnlijk kille techno-apparaat dat op immorele wijze alle schaamtegrenzen doorbroken heeft – dus daarom krijg je nu muziekfilmpjes te zien, en als je geluk hebt houdt de gast van sensuele muziek, maar als je pech hebt word je doodgegooid met volmaakt seksloze, operazangeressen en meer van dat sensualiteitloze gedoe.
Ik erger me aan mensen die van seksloze vrouwen houden. Ik val namelijk op het zwoele, seksrijke jaren vijftig type (Marilyn Monroe, Peggy Lee, Sarah Vaughan en zo), en dat was ook de belangrijkste reden waarom ik het deftige sopranenfeestje rondom Beatrix niet heb gezien.
Het feest was in Amsterdam, dus dan verwacht je dat niet. Amsterdam is nooit de stad van schreeuwende vrouwen geweest. Amsterdam, dat wil de stad zijn van het volk, dus dan denk je aan Johnny Jordaan en Tante Leen, de Westertoren als ouderwets, oerdegelijk fallussymbool en natuurlijk ‘de Parelvissers’…, en dat zou ik dan ook echt op prijs hebben gesteld: als de stad Amsterdam onze koningin het duet uit de parelvissers zou hebben aangeboden, in de ver-Hollandste musicalvorm, want dat is nou echt een combinatie van serieuze deftigheid en volks, erotiserend sentiment waar – als we de media mogen geloven – ook de onder haar wat te deftige, enigszins bekakte uiterlijk gebukt gaande Beatrix naar streeft..
Linkse Beeldenstormers
Met erotiek dodend gegil bereik je als serieus mens niks in het leven, en dat is wat Boris Dittrich ons, op een indirecte wijze ook vertelde, in het programma van Harry de Winter, een gepensioneerde miljonair, die in zijn vrije tijd ‘late avond’-programma’s maakt. Boris had niet veel filmpjes meegebracht – zei ook heel duidelijk dat hij daarvoor een beetje te zwaar op de hand is – en hij zette een beetje beroerd in met een stukje muziek van de klassieke componist DVORAK, een erg ongelukkige keuze, omdat DVORAK volstrekt geen muziek voor de late avond is.
Ik was daarom sterk geneigd de knop op ‘uit’ te zetten toen me ineens het droevige verhaal werd verteld over Boris zijn kunstenaarsverleden, dat in de jaren zeventig zo heel ineens tot een toekomstloos beeldfragmentje werd teruggebracht door een stel linksige ‘abstracte kunst’ aanbidders, schertsproducten van die merkwaardig schizofrene jaren zeventig cultuur, die de tot kunst verheven chaos aan socialistisch realisme probeerde te koppelen.
Boris – die omdat hij als kind ‘Boris Boef’ werd genoemd het liefst ‘Jan’ zou hebben geheten, net als Jan Smit, die ik een erg lieve volksige jongen vind die in mijn persoonlijke filmpjesbioscoop niet zou ontbreken – toonde ons de schilderijen die door de jaren zeventig generatie waren afgewezen en als kijker kon je heel duidelijk zien dat het bijzonder mooie ordelijke doekjes zijn, die in schril contrast staan tot wat bijvoorbeeld de antikunstenaar Wim Schippers aan chaotische rotzooi heeft vervaardigd, zodat ik me in alle heldere duidelijkheid weer eens realiseerde dat de jaren zeventig een strijd waren tussen orde en chaos - een strijd ook tussen erotiserende volksheid en sadistische, deftigheid voorwendende kak.
De vriend van Boris – die ook in een filmpje op mocht treden, hoewel er letterlijk en figuurlijk weinig muziek in zat – mag zichzelf wel ‘kunstenaar’ noemen, omdat hij geen mooie ordelijke doekjes maakt, maar wild ogende beelden van zeep en poep, die juist daarom van zeep en poep gemaakt zijn, omdat ze ‘de vergankelijkheid van het leven’ uit dienen te drukken, een linksige nep-waarheid die gebaseerd is op het linkse ongeloof in wat religieuze mensen ‘de wereld van de geest’ noemen, een wereld die volgens diezelfde mensen onvergankelijk is, zodat het maken van beelden en poep in religieuze kringen gezien wordt als een vorm van Godslastering, want wat eeuwig is gaat nooit dood.
Als nuchtere realist zat ik er naar te kijken en ik dacht bij mezelf: “Als die man bij me aan zou komen bellen met zijn beelden van poep, dan zou ik zonder een moment van aarzeling de deur in het slot knallen, want ik heb echt helemaal niks met poep.”
Poep – hoe vergankelijk het ook mag zijn – boeit me niet. Jan Cremer heeft ooit de moeite genomen zijn eigen drollen te fotograferen en die af te beelden in een boek. Waarschijnlijk ook vanuit de deftige gedachte ons de vergankelijkheid van het bestaan te tonen, maar daar heb ik dus maling aan, want de vergankelijkheid van het bestaan interesseert me helemaal niks – ik ben meer het serieuze, ordelijke type dat voor duurzame spulletjes kiest…, zoals bijvoorbeeld de WC-pot waarop een ordelijk mens zijn hoog gewaardeerde billen op een comfortabele en enigszins waardige wijze een plaats wil geven…l
Ik snapte dus niet waarom Boris Dittrich op een serviele wijze me vertelde dat hij na zijn afwijzing door het Plutonische chaotendom nooit meer een penseel heeft aangeraakt, en dat hij daarom maar kiest voor beelden van zeep en poep.
Als ik een vriend had die beelden van poep maakte, dan zou ik als verheffer van het poepvolk alles in het werk stellen om hem van zijn fecale gerichtheid af te helpen.
Geen wonder dat de AVRO het programma zo laat heeft ingeschaald. Je brengt kinderen het hoofd op hol met fecaliën. Mensen doen alle moeite om de kleuter zindelijk te maken en dan komt de kunstenaar op een ‘ik heb schijt aan alles wijze’ de kamer binnen stappen met een tot kunst verheven prop uitwerpselen en die gaat het goedgelovige kind vertellen dat poep netjes is… Normvervaging noemt men dat, en daar ben ik – net als JAN-PETER BALKENENDE, een man die nimmer (en dat siert hem!) uit poep een beeld van zichzelf zal maken – een groot tegenstander van…
De horoscoop
Astrologisch gezien is het onderdanige gedrag van Boris wel te begrijpen: Zon in het Moederteken Kreeft, en het is juist dat beeldend-realistische (volkse) Maandenken dat, samen met het autoritair-realistische Vader- of Saturnusdenken, in de jaren zestig en zeventig van de troon gestoten werd – hetgeen voor mij de reden was en is de ontvrouwelijkte en ontvaderlijkte anticultuur die door heel veel mensen wordt aanbeden aan te vallen.
Geen gillende wijven dus, die weigeren hun kinderen een schone luier te geven wanneer de poep hen langs de babybenen druipt, en ook geen aan fecaliën verslaafde lui die in hun anale fase zijn blijven steken, maar ordelijke, realistische doekjes, en als er muziek moet worden gedraaid, dan graag dat mooie (niet door gillende vrouwen gezongen) duet uit de parelvissers – waar de stad Amsterdam nog altijd niks van wil weten…
Gelukkig maakte Boris veel goed met het tonen van een fragment uit de film HABLE CON ELLA, waarin de mannelijke zanger Ceatano Veloso op een werkelijk ontroerende wijze mij een zeer degelijk en zeer ouderwets kippenvel-gevoel bezorgde met een ingetogen, welhaast zwoele ‘late evening’ vertolking van het lied ‘Cucurrucucu Paloma’… Alsof heel even de vrouwelijke, poeploze, jaren vijftig waren teruggekeerd…
Boris Ottokar Dittrich is op 21 juli 1955 geboren in Utrecht, ‘s morgens rond 4 uur (volgens eigen zeggen).
Zon in het dierenriemteken KREEFT, Maan in LEEUW, ascendant in het intellectuele (praatgrage) teken TWEELING en het Medium Coeli (dat aangeeft hoe men zich graag maatschappelijk zou wilen uiten) in het spirituele liefdesteken VIS.
Het onderwerp ‘Liefde’ (VIS staat voor niet dierlijke liefde & tederheid) speelt in het maatschappelijke leven van Boris Dittrich geen hoofdrol. Mogelijk een beetje naar de achtergond gedrongen door de eerzucht van het teken LEEUW, dat altijd een beetje onbetrouwbaar maakt wanneer kwesties als ‘status & geld & roem’ een rol gaan spelen in het leven.
De radicale breuk met het kunstenaarschap, die tot stand kwam na de afwijzing door de kunstacademie (“Ik neem nooit meer een penseel in mijn handen…”) zal daarbij waarschijnlijk een belangrijke rol hebben gespeeld.
|
|
Boris Dittrich Info
Hij is de zoon van een Tsjechoslowaakse asielzoeker.
Eigenlijk had hij kunstenaar willen worden, maar hij werd afgewezen voor de kunstacademie, omdat hij te realistisch schilderde (zie afbeelding hiernaast). Dat was in de jaren ’70, toen abstracte kunst zeer hoog stond aangeschreven. Hij besloot rechten te gaan studeren in Leiden, en werkte vervolgens een aantal jaar als advocaat in Amsterdam en daarna als rechter in Alkmaar.
Dittrich kan aura’s lezen. Dat heeft hij van een hindoestaan geleerd tijdens lange wandelingen in de Surinaamse jungle in de jaren ’70. Daarover zei hij eens:
“Deze stralenkransen – oranjegelig of blauwgroen – kunnen je van alles vertellen over de geestelijke gesteldheid van degene tegenover je. Ik maak nog steeds gebruik van die gave.” (NOS archief)
REACTIE
fred van der walibibi berenman 03-05-2010 13:40
Boris heeft een goede keuze gemaakt. Ik vond zijn schilderijen wel opvallend.











Reacties