4:Jan Hanlo & het kwaad

VK-blogje. Geplaatst op 14 oktober 2005 12:20 door Anarchist

De Volkskrant wil graag een kwaliteitskrant zijn. Dat is de reden waarom zij de lezer als het ware dood gooit met kunstbijlagen, waarin de ene na de andere grootheid ons iets mag vertellen wat we eigenlijk helemaal niet willen weten, omdat het een vorm van elitair schijnweten is die het echte verlangen naar weten onderdrukt.
Juist daarom toont een schrijver die zichzelf serieus neemt ook nooit enige interesse voor het oppervlakkige, aan het vals morele (want andere mensen veroordelende) woordje ‘kwaliteit’ gebonden vak ‘journalist(iek)’. Een journalist is veelal weinig meer dan een nihilistische hardloper die alleen maar daarom wordt ingehuurd, omdat de bedrijfsleiding weet dat hardlopers altijd doodlopers zijn en dat is nu juist datgene wat een serieuze schrijver verafschuwt.
Hij pakt een thema bij de hand dat hem aanspreekt (ook wanneer dat thema door de kwaliteitsmode wordt afgewezen) en hij probeert dat uit te diepen. Niet door de ene dag ‘hoera’ te roepen en de andere dag ‘kruisigt hem’. Maar door systematisch het gebied van onderzoek te doorkruisen om zodoende nieuwe gedachten toe te kunnen voegen aan de oude gedachten die over datzelfde thema gaan.

Webloggers die thematisch te werk gaan zijn er op het VK-blog nauwelijks te vinden en de paar journalisten die als ‘toezichthouders’ zijn aangesteld nemen ook helemaal niet de moeite zich met zoiets onzinnigs als ‘een thema’ bezig te houden.
Daar is de krant blijkbaar niet voor. De krant brengt nieuws, ook op kunstgebied, en het enige wat belangrijk is of het nieuws gelezen wordt. Vandaar ook dat niet de serieuze ‘thematisch’ ingestelde mensen een ereplaatsje krijgen toegekend, maar de oppervlakkige chaotici die van hot naar her vliegen – zichzelf nu eens doodlopend – dan weer opstaand – daarbij veel kabaal makend over helemaal niks.
Als serieuze weblogschrijver, die het thema ‘anarchisme’ als ‘Leidmotief’ gekozen heeft, koppel ik momenteel de in mijn ogen merkwaardige afwijzing van het anarchisme (uit naam van ‘de kwaliteit’) aan de aanval van Kees Fens op Kader Abdolah, die naar aanleiding van de band die Remco Campert is aangegaan met een commercieel bedrijf de lezers van de Volkskrant mededeelde dat hij alle boeken van Campert bij het oud papier heeft neergezet.
 
Remco Campert staat officieel te boek staat als vertegenwoordiger van ‘de Vijftigers’ en hoewel weinig mensen weten dat ‘de Vijftigers’ er een eigen filosofie op na houden (beter gezegd: hielden, want na de jaren 60 revolutie weigerden de schrijvers allemaal hun gedachtegoed publiekelijke te verdedigen) is het een feit dat de beweging van Vijftig omschreven kan worden als een anarcholiberale beweging, waarin niet het collectief en de collectieve moraal op de eerste plaats staat, maar de enkeling die ‘leeft en laat leven’, op een zodanige (als ‘kinderlijk’ omschreven) wijze dat elke vorm van onderwerping aan als zinloos ervaren autoritaire gedragsregels onmogelijk wordt gemaakt.

De lezers van de Volkskrant hebben in hun krant nooit een zinnige bijdrage over ‘de beweging van vijftig’ kunnen lezen, en dat is een voortvloeisel van het hierboven genoemde feit dat niet de serieuze, thematische mens, maar de oppervlakkige, van dag tot dag levende mens de dienst uitmaakt in een wereld waarin democratie weinig meer is dan mensen leren zichzelf willoos te onderwerpen aan de grillen van de moraal scheppende macht – hetgeen je de ontkenning kunt noemen van de filosofie van de Vijftigers, die als kinderlijke geesten de vertegenwoordigers wilden zijn van wat religieuze mensen ‘het paradijs’ noemen, die prachtige tuin vol bloemen en geurig struikgewas, waarin de mens naakt rond mag dartelen, zonder dat ooit een naargeestige kleinburgerlijke slang hem een wormstekige appel vol onzinnige en overbodige kennis aanbiedt.
Want dat is de essentie van de droom die binnen het joods-christelijk-islamitische denken centraal staat: de terugkeer naar het paradijs waarin men vrijelijk de vruchten van ‘de Boom des Levens’ mag plukken – mits men afziet van het eten van de enge, felrood gekleurde appels van ‘de Boom van Kennis van Goed en Kwaad’ – de boom die symbool staat voor alles wat op een vals-morele wijze zichzelf gelijk wil maken aan God.
Vijftig wilde ‘leven en laten leven’ , ruimte scheppen voor eenvoud via verkinderlijking van de volwassen wereld, hetgeen je een anarcholiberale gedachte kunt noemen – terwijl diegenen die zich vol zitten te eten met appels die afkomstig zijn van de boom van kennis van goed en kwaad steeds zuurder, naargeestiger en onvrijer worden, omdat die appels hen in de waan brengen dat zij de gelijken zijn van God, zodat ze het recht men te hebben zich boven alles en iedereen te verheffen – op zo’n autoritaire (of fundamentalistische) manier dat het leven voor de eenvoudigen onmogelijk wordt en de mens niks anders rest dan weg te vluchten uit een wereld die ooit ‘het paradijs’ werd genoemd.
Vandaar dat ik op deze welblogpagina aandacht besteed aan de Vijftiger Jan Hanlo, die daarom (thematisch gezien) zo’n goede keuze is omdat het feit dat hij zich aangetrokken voelt tot ‘jonge jongetjes’ alles wat vals moralistisch (anti-anarchistisch) is in de mens naar boven brengt, zodat je jezelf af kunt vragen waarom er zoveel venijn en kwaadaardigheid in mensen naar boven welt wanneer ze worden geconfronteerd met een werkelijkheid die puur objectief gezien eigenlijk volmaakt onschuldig is. Onschuldig daarom, omdat Jan Hanlo in feite de seksloze onschuld van het kind bewondert en zich ergert aan het feit dat bij tijden dierlijke verlangens in hemzelf die onschuld proberen te doden.
   

Jan Hanlo, de Vijftiger die kind wilde blijven.

Onderstaande fragmenten zijn afkomstig van de website van pedofielenvereniging MARTIJN.
De auteur is JOHN STEFAN.

Jan Hanlo is een van de weinige Nederlandse dichters die bekend staan om hun pedofiele geaardheid. Hij werd op 29 mei 1912 geboren in Bandoeng en ging met zijn moeder mee naar Nederland, toen hij 1 jaar oud was. Hanlo kreeg een katholieke opvoeding. Op zijn vijftiende nam hij zich, net als Peter Pan, voor om kind te blijven, een jongen die zonder bijbedoelingen en onvoorwaardelijk van zijn moeder hield.
Thuis vond hij de schoonheid weer terug die met het goede, het katholieke, te maken had, en las hij o.a. het literaire tijdschrift De Gemeenschap. Ook begon hij zich te interesseren voor jazzmuziek, een uiting van kunstenaars die volgens hem het spontane, het kinderlijke en het gedurfde hoog in hun vaandel hadden staan… De jazz ervaarde hij als een geweldige bevrijding en zag hij als een expressiemiddel.


Hanlo vond dat het houden van jonge jongens ontoelaatbaar was voor een goed katholiek en dat de hele maatschappij seksloos moest zijn.
Hoe minder Hanlo met zijn pedofiele gevoelens overweg kon, hoe meer energie hij opbracht voor zijn dichterschap. Vanaf de lente van 1946 begon hij verwoede pogingen te doen om als dichter te debuteren. Uitgevers stuurden zijn werk echter steeds terug, omdat poëziebundels slecht verkochten in die tijd.
Adriaan Morriën, redactiesecretaris van het literaire tijdschrift Criterium, was zeer te spreken over Hanlo’s gedichten. Hij liet ze lezen aan W.F. Hermans, die het onmiddellijk met hem eens was. In het januarinummer van 1947 verschenen drie gedichten van Hanlo.
In de jaren vijftig behoorde Jan Hanlo als dichter tot de experimentelen onder de Vijftigers.. Zijn gedichten verschenen in diverse literaire tijdschriften, maar nog niet in de meest vooraanstaande, De Gids. Bij uitgeverijen ving hij steeds bot. In 1949 zocht hij contact met de avant garde-dichter Gerrit Kouwenaar die Hanlo echter niet als een experimentele Cobra-kunstenaar zag… Op 19 januari 1950 schreef hij het gedicht ‘Jossie’.
  
Jossie lief Jossie. Klein Jossie. Goed Jossie.
Goed lijf Jossie. Goed zicht. Goed ziel, denk.
Weet niet goed ziel Jossie. Ken niet goed ziel Jossie.
Ziel Jossie. Goed Jossie is goed ziel Jossie misschien.
Weet niet goed ziel Jossie. Ken niet.
Oud Jossie. Weet niet oud Jossie. Ken niet oud Jossie.
Ken niet oud ziel Jossie.
Oud ziel Jossie. Jong ziel Jossie. Eén ziel Jossie.
Of ziel ánders wordt Jossie? Ziel wórdt Jossie?
Ik ziel ik. Ik ziel jong ziel Jossie.
Ik ziel ik? Ik ziel jong ziel. Ik ziel oud ziel.
Ik ziel weet niet oud ziel ik.
Ik ziel oud ziel weet niet oud ziel Jossie.
Weet niet ik ziel Jossie.
Weet niet ik ziel Jossie.
Ik ziel jong ziel. Ik ziel niet gek ziel.
Ik ziel soms ziel gek ziel. Grap ziel.
Weet niet grap ziel. Weet niet soms ziel.
Weet niet soms ziel. Grap ziel.
Weet niet. Soms ziel grap ziel.
Papier ziel.
 

In 1957 kreeg Jan de Kleine Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam. Dat jaar verscheen Hanlo’s bundel ‘De Verzamelde Gedichten’ bij Geert van Oorschot, een bundel vol gedichten voor jongetjes.
In 1959 kreeg hij de Grote Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam. Dat jaar verscheen het eerste nummer van Barbarber, een tijdschrift in dadaïstische stijl dat aandacht besteedde aan minor poets, onernstige literatuur en onopgesmukt schrijven. Hanlo, over wie door de redactie van het tijdschrift met liefde werd gesproken, was erg blij met het blad, want nu kon hij ergens het proza kwijt waarmee hij al jarenlang experimenteerde.

Hanlo’s gedichten verschenen in de bloemlezing ‘atonaal’, samen met die van tien andere jonge dichters. Tijdschriftredacteur H.A. Gomperts vond dat Jan meer humor had dan de andere tien samen. Maar Simon Vinkenoog vond Jan te provinciaal…
In 1952 werd het gedicht ‘Oote’ door het tijdschrift Roeping gepubliceerd, hoewel redacteur Michel van der Plas daartegen was. Als kunstredacteur van Elseviers Weekblad plaatste deze het in zijn eigen orgaan met de vraag erbij of het wel een gedicht was. Op 22 april 1952 werd het eerste deel van ‘Oote’ in de Eerste Kamer voorgelezen door VVD-Kamerlid Wendelaar n.a.v. zijn vragen over het subsidiebeleid t.a.v. Nederlandse tijdschriften… Jan Hanlo was op slag een beroemde dichter… Toch werd hij nog steeds door de Vijftigers op afstand gehouden.

REACTIES

Jeroen 14 oktober 2005 12:45
Wat mij opvalt, naast het gezeur over ditjes en datjes van Campert en de Volkskrant, is dat je van de hak op de tak springt. Of is dat onleesbare (lees: foute zinconstructies) experimenteel?
 
Anarchist 14 oktober 2005 12:55
Heb je niks inhoudelijks te vertellen?
 
Jeroen 14 oktober 2005 13:06
Pas op voor brandend maagzuur. Oh, en als jij, anarchist, tegen systemen en hierarchie bent. Ben je dan ook een verklaard tegenstander van bijvoorbeeld de ziekenzorg? Totale vrijheid betekent namelijk de praktijk voor natuurlijke selectie.
 
Anarchist 14 oktober 2005 15:45
Wat heeft de ziekenzorg nou met DE VIJFTIGERS te maken? Ik probeer hier uit te leggen dat er een bepaald thema gekozen moet worden waarop de aandacht gefocust kan worden, omdat webloggers geneigd zijn zo maar in het wilde weg te schrijven en te schreeuwen en te reageren. Jij gebruikt je vrijheid alleen maar om mijn serieuze boodschap weg te schreeuwen.
 
Jeroen 14 oktober 2005 21:22
Wel, jij schemert met het anarchisme, en ageert tegen het fundamentele denken (bv. journalist is een nihilistische hardloper). Ik was dus benieuwd in hoeverre jouw eigen denken fundamenteel bepaald wordt door de afwijzing van systemen en hiërachie. In de kern van de zaak het thema van de Vijftigers.
 
Anarchist 14 oktober 2005 22:11
Als je een gesprek wilt aangaan met de Vijftigers kun je altijd terecht bij SIMON VINKENOOG, de man die overal wel iets van afweet, behalve van ZEN, omdat je van een Zen-meester moet leren je mond een paar ogenbliken dicht te houden – en dat is nou net iets wat Simon niet kan (en waarschijnlijk ook niet wil…).
Ik mag hem verder best wel, heb zelfs een link naar zijn webstek opgenomen, omdat hij – precies zoals jij dat stelt een vijand is van rare maatschappelijke groepsmodellen waarin mensen zich opsluiten, niet vanwege het verlangen sociaal (of holistisch) te zijn, want dat is kleinburgerlijk groepsdenken nooit, maar vanuit het verlangen een hiërarchisch rangensysteem op te bouwen, waarin de een altijd boven de ander staat. Ik las zojuist de jongste bijdrage van Simon en trof daarin de volgende zinsmede aan:
 
“De moed echt te zijn, daar gaat het om – die grondslag van verstandhouding is bijna noodzakelijk voor gesprekken waaraan iedereen deel kan nemen (niemand monopoliseert niemand) en die men vaker zou willen houden.”
 
Als je me vraagt wat ik in de Vijftigers bewonder, dan is het deze instelling: de moed echt te zijn en de moed een ander in staat te stellen de onechtheid van zich af te werpen. Hetgeen heel concreet betekent dat je niet klakkeloos iets afwijst – maar altijd jezelf afvraagt of iets in dienst staat van ‘de echtheid’, die volgens de Vijftigers in de eerste plaats te vinden is bij het kind.
 
Jeroen 15 oktober 2005 12:04
Wel, als het over ‘echtheid’ gaat: mensen sluiten zich niet op in een systeem, maar participeren, omdat zij bijvoorbeeld geld nodig hebben om te kunnen leven. Is dat kleinburgerlijk? Het antwoord is enkel moralistisch! En dat is bij voorbaat niet echt. Wel zie ik kunst als het laatste autonome gebied, dat zich niet mag laten inkapselen. Dat de kunstenaar (in dit geval de Vijftigers) zichzelf niet als burger ziet, maar als kunstenaar, is voornamelijk een romantische gedachte. Beeldvorming zogezegd. Ook dan kun je niet over ‘echtheid’ spreken! De echtheid van een kind is te wijten aan de (nog) niet ontwikkelde zintuigelijke waarneming. Is er dan sprake van ‘echtheid’? Dit lijkt mij religieus denken, waarin de niet logische verklaring wordt aangehouden.
 
PS. Dit verschil van inzicht neemt niet weg dat ik vooral je stukken over Lucebert waardeer. Mijn cynische (soms sarcastische) inborst kun je zo terzijde schuiven, die is vooral provocerend bedoeld.
 
Anarchist 15 oktober 2005 14:50
De moeilijkheid met zogenaamd kritische mensen is meestal dat ze geen kind zijn, geen kind willen zijn en het (waarschijnlijk) ook nooit willen worden. In dat geval praten we altijd langs elkaar heen en wordt een gesprek een infantiel welles-nietes-spelletje.
Het probleem van zich ‘volwassen’ noemende mensen is namelijk dat ze helemaal niks zoeken (‘pas je aan en zoek een baan’), zodat ze duizenden jaren filosofische en spirituele geschiedenis weg willen wissen, louter en alleen vanuit de gedachte dat het probleem van een enkeling altijd een schijnprobleem is, tenzij dat probleem de betrokkenen tot slaaf maakt van een boven hem staande instantie (hulpverlener, criticus, partijleider, en ga zo maar door).
Wanneer je een gebroken been hebt ben je belangrijk – dan kan onmiddellijk het probleem ingebouwd worden in de een of andere filosofie over de ziekenzorg en zo (denk aan Hans Wiegel die het volk als een soort kleinburgerlijke Messias gerust mag gaan stellen binnenkort), maar wanneer je (zoals in het geval van Jan Hanlo) een kind bent (of wilt zijn), dan bestaat er geen therapie voor je (een wijsheidscultuur bestaat hier niet) en dan sta je alleen in een kinderloze wereld waarin je alleen geholpen wordt wanneer je ziek bent. Dus (en dat is een logische conclusie) werken we kinderlijke mensen de inrichting in en daar geven we ze als een soort surrogaatrammelaar een pakje cigaretten (want alle gekken roken zich dood) en een flesje drank (ook alle gekken zuipen zich in het geniep dood) en verder bekijken ze het maar…
Ik benadruk op mijn website ‘het kind zijn’ vooral daarom omdat het een gedachte is die centraal staat in het christelijke denken. Wanneer in het evangelie staat dat alleen kinderen de hemel in zullen gaan, dan ligt het voor de hand dat je in een christelijke samenleving de vraag stelt: Wanneer ben je dan een kind? En als iemand een volwassen kind is, kan hij dan binnen een ontkinderlijkte volwassen wereld een plaats vinden waar hij door hatende, zich ‘volwassen’ noemende anderen niet wordt doodgepest?
Het moeilijke leven van Jan Hanlo toont aan dat onze christelijke samenleving weinig waardering heeft voor volwassen kinderen. Dat is deels het gevolg van het dwingerige hedrag van Hanlo zelf, die niet in staat was de door de Vijftigers nagestreefde ‘vrouwelijke beschroomdheid’ in zijn liefdesleven te verwerkelijken – teveel onkinderlijke sexuele veroveringsdrift (de man is een slaaf van zijn lul) – maar moet toch ook vooral toegeschreven worden aan de ontkenning van een duizenden jaren oude spirituele boodschap door mensen die het evangelische woordje zoeken doodgewone flauwekul vinden.
Desondanks mag je het een wonder noemen dat de kinderlijke Jan Hanlo in de jaren vijftig een vooraanstaand dichter kon worden. Nu zou dat niet meer kunnen. We hebben hier ‘het fatsoen’ heilig verklaard. Zoals blijkt uit ‘het gruwelijke bericht’ dat Remco Campert een tijdje geleden de wereld instuurde: “Ze hebben Jan Hanlo vermoord…”
 
 
 
 

 

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.