3:politicus zonder partij

Anarchisme: een puberale misvatting?
reactie op wat anoniem gemopper…
 

Anarchisme is de vijand van het monotheïsme en daarmee de ontkenning van al die vormen van religieus en ideologisch denken die de ene mens op grond van irrationele argumenten boven de andere mens plaatst. Anarchisme kortom is verlichtingsdenken en hoort als zodanig thuis in een wereld die zichzelf ‘democratisch’ noemt. Niet het zogenaamde verlichtingsdenken van socialistische en liberale machtsdenkers, dat alleen diegene ‘verlicht’ noemt die voor de machtige ‘partij’ of ‘de machtige eigen groep’ kiest, maar het op bevrijding gerichte denken van de mens die elk individu (dus ook het machteloze individu) belangrijk vind, zodat hij weigert het recht van de een de ander de onderdrukken (een recht dat ingebakken zit in elke vorm van kleinburgerlijk denken) te erkennen.

Anarchistische democratie is niet kijken naar het welzijn van de meerderheid,
maar kijken naar de wijze waarop minderheden en buitenstaanders worden behandeld.

Er zijn maar weinig mensen die het begrip ‘individuele vrijheid’ serieus durven te nemen. Altijd dringt de naar geld en macht verlangende potentaat en de morele dictator zich naar voren met de eis dat een mens eerst een knieval moet maken voor de partij, voor God en voor het kapitaal, voordat hij mag spreken. Een partijloze enkeling die weigert mee te doen met het spel van leugen en bedrog dat vals-moralistische dwingelanden (denk aan christelijk Amerika, zionistisch Israel, Islamitisch Iran, etc..) ‘democratie’ noemen kan op weinig meer rekenen dan afkeer en uitstoting.

Politicus Zonder Partij
ander woord voor anarchist

Dat de afkeer van anarchisme niets anders is dan de afkeer van het partijloze denken dat de literaire beweging FORUM voor ogen stond, wordt in dit land niet ingezien. Ter Braak met zijn op de gewone, vitale ander gerichte intellectualisme is trouwens uit. Intellectuelen zijn partijdige schijnintellectuelen geworden en zij zoeken op een ‘volwassen’ wijze alleen zichzelf…

 
In de jaren dertig publiceerde Menno ter Braak het boek ‘Politicus zonder partij’.In dat boek verzet hij zich tegen opschepperij, vals pretentieus gedrag en het overwaarderen van ‘de zucht naar geestelijke en culturele beschaving’. Tegenover de door hem geconstateerde ‘culturele en politieke onoprechtheid’ plaatst hij simpelheid, kinderlijke eenvoud en humor, zaken die er toe moeten leiden dat binnen een verstarde, ontvitaliseerde maatschappij een nieuw levens-elan kan opbloeien.
Waar ‘gewoonheid’ en ‘humor’ de toon aangeven, daar zullen rancuneuze dwaalleren geen kansen krijgen zichzelf te ontplooien. De wezenskenmerken van een fascistische heilsleer zijn namelijk een verstikkende humorloosheid en het onvermogen het eigen gedrag op een kinderlijk-spontane wijze te relativeren. Het fascisme is de ontkenning van de dichter in de mens en het is een bekend feit dat juist de dichter voor spontaniteit, kinderlijkheid en gevoel staat. Een dichter is geen intellectueel, en wanneer hij dat wel wil zijn, wanneer hij van zijn gedichten pompeuze, kleinburgerlijke frasen wil maken, die ingepast kunnen worden in de door conventies ingeperkte levensruimte van de kleinburger, dan mag je hem geen dichter meer noemen.

Het fascisme kent geen spontane gevoelens. De fascist is een moralist. Het leven is voor hem een film: je hebt niet te maken met mensen, maar met acteurs. De moralist is de regisseur die tegen de mensen zegt: ‘Zo’ moeten jullie voelen, en daarmee maakt hij zichzelf tot een vertegenwoordiger van de ‘duisternis’. Je zou kunnen stellen dat een moralist binnen een gnostisch-mystiek scenario de Dood vertegenwoordigt, terwijl de dichter of de gevoelsmens het Leven symboliseert.

De dichter vernietigt de door kleinburgers vastgestelde grenzen, omdat zijn gevoelens te groot zijn voor enge burgerlijke kaders. De fascist vernietigt soms ook een aantal burgerlijke vormen, maar hij vervangt de oude vormen en gedachten door een nieuwe, alleenzaligmakende vorm, waarin alleen zijn gedachten belangrijk zijn.
“Een (burgerlijke) beeldenstorm”, merkt Ter Braak in zijn boek ‘Het carnaval der burgers’ op, “geldt altijd de beelden der anderen…”De eigen beelden worden als onaantastbare grootheden gehandhaafd!
Ter Braak pleit daarom voor een geesteshouding, die zijn oorsprong dient te vinden in de kinderlijke rebellie van de puberteit.
Volwassen, aangepast gedrag dat haaks staat op de kinderlijke gedragswijze en er vaak een ontkenning van is, alsof de een of andere Godenhand op wrede wijze een breuk bewerkstelligd heeft, is in zijn ogen een vloek voor een maatschappij die menselijk wil zijn, een maatschappij waarin geen plaats is voor enige vorm van dictatuur, een open samenleving, waarin de ‘elite’ niet vervreemd is geraakt van de levenswil van de puber.
Ter Braak merkt op dat er een diepe kloof gaapt tussen diegenen, die zich vertegenwoordigers noemen van ‘de culturele elite’ en de vitale, levenslustige, niet aan vormen gebonden jongere. Het onvermogen van de elite in contact te treden met de ongepolijste, vitale krachten en emoties van de rebellerende puber, ziet hij als een bedreiging voor de cultuur.
Een ‘ontvitaliseerde’ kultuur verliest zijn grenzenstellende, beschavende functie. Zij heeft geen greep op het vitale geweld van de jongere, zodat zij zichzelf verzwakt en derhalve noodzakelijkerwijs te gronde gaat aan uitputting en geestelijke inteelt.
 
 
In het heilige boek van de christenen is JEZUS de anarchistische enkeling die het recht van de eenling de waarheid te spreken verdedigt tegenover een geestelijke rechtbank onder leiding van de hogepriester CAIAFAS. CAIAFAS vertegenwoordigt ‘het volk’. Zijn stelling is dat het lot van de enkeling onbelangrijk is, wanneer het grotere belang van ‘het volk’ in het geding is. JEZUS, hoe intelligent de man ook is, moet daarom opgeofferd worden.
  
In de jaren 60 en 70 beriepen Marxistische idealisten zich op dit farizeische principe toen ze probeerden de concentratiekampen in communistische dictaturen te verdedigen. HARRY MULISCH formuleerde het zo: “Wat betekent het lot van de eenling, wanneer het de gemeenschap goed gaat?” Zijn collega GERARD REVE reageerde furieus: “Ze moesten Mulisch maar eens een tijdje in een kamp stoppen…” 

 

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.