Een Anti-Democraat

Geschreven op 12 april 2003, na de val van Bagdad.

1. Uri Avnery: geen vrede, alleen brute kracht

Na de inname van Bagdad wordt de wereld geconfronteerd met twee harde feiten:

1. Amerika kan met haar militaire macht elke willekeurige politieke leider weg of dood bombarderen.

2. De kleine groep die de oorlog tegen Irak in gang heeft gezet – een alliantie van christelijke fundamentalisten en joodse (neo)conservatieven – kan gezien worden als de grote winnaar, hetgeen betekent dat van nu af aan Washington door deze groep beheerst en gecontroleerd zal worden.

De combinatie van deze twee factoren (macht in handen van joods-christelijke fundamentalisten) vormt een gevaar voor de wereld, speciaal voor het Midden-Oosten. Omdat deze groep de vijand is van vreedzame oplossingen, de vijand van de Arabische regimes in de regio, de vijand van het Palestijnse volk en ook de vijand van het Israëlische vredeskamp.
De geestelijke wereld van deze mensen is er niet een van humanisme en vrijzinnige vrijheidsliefde maar van ideologische gedrevenheid, materialistisch eigenbelang, overdreven Amerikaans patriottisme en extreemrechts Zionisme.

Dat is een zeer gevaarlijk mengsel. Het is dan ook waarschijnlijk dat deze groep een lange periode van chaos in het leven zal roepen in de Arabische en/of Islamitische wereld. De Irak-oorlog heeft aangetoond dat men weinig inzicht heeft in de werkelijke problemen in het Midden-Oosten. De politieke uitgangspunten die een oorlog dienden te rechtvaardigen waren weinig meer dan slagen in de lucht. Alleen brute, brutale macht kon een illusie van overwinning oproepen. (CounterPunch, 11-4-2003)

2. Het Raadselachtige Verschijnsel Macht

Wat Uri Avnery heel goed inziet – en wat wij nog altijd niet in willen zien – is dat de Israëlisch-Amerikaanse cultuur gebouwd is op ‘brute, beestachtige kracht’.

Praten met anderen is in zo’n machtswereld nooit een dialoog, maar het opleggen van de eigen wil aan de ander. Zolang je het met de uitgangspunten van hun ‘cultuur’ eens bent – macht is het fundament van heel het menselijke bestaan – is er niets aan de hand.
“Macht”, riepen de naar democratisering verlangende studenten in de jaren zestig en zeventig gehoorzaam, “komt uit de loop van het geweer”. Zij verdedigden het militaire regime in Cuba en de tegen intellectuelen gerichte volksopstand in China en waar de Chinezen zichzelf collectief kaal scheerden daar droegen zij als gehoorzame schapen een collectieve muts van slordig, ongewassen haar.

De linkse studenten democratiseerden vanuit het verlangen macht te verwerven. “Zonder macht”, riep PvdA-leider Joop den Uyl, “is politiek maken zinloos”.
Er was geen sprake van een dialoog, maar het dwangmatig aan anderen opleggen van een ‘discussiecultuur’, waarbij discussiëren werd gezien als een vorm van eenrichtingsverkeer: de gelovige in gesprek met de ongelovigen die bekeerd dienen te worden. “Ze willen nieuwe mensen scheppen”, stelde de Rector-Magnificus van de Gemeentelijke Universiteit in een reeks waarschuwende zendbrieven (mei/juni 1970). Zoiets als Jehovagetuigen dus, die mensen willen redden van een noodzakelijke, onontkoombare ondergang – maar dan wel alleen op zondag, want door de week is er geen tijd voor sombere gedachten en wordt er hard gewerkt.

Datzelfde quasireligieuze, aan goede en slechte tijden gebonden democratiseringsgedrag wordt nu tentoon gespreid door de naar macht verlangende leiders van Israël, Engeland en Amerika.
Waar de linkse studenten in de jaren zestig ‘marxist’ waren – democratie is mensen ‘de morele waarden’ van het marxisme bijbrengen, daar zijn deze Westerse leiders ‘kapitalist’: democratie is mensen ‘de morele waarden’ van het neoliberalisme bijbrengen – de boodschap van Jehova dus: door de week het werk en zondag gaan we dood, of naar de kerk….

Niet-linkse studenten werd niets gevraagd, zoals nu de Arabische wereld die ‘gedemocratiseerd’ dient te worden niets wordt gevraagd. Je bezet gewoon de hele boel (in Amsterdam werden Universitaire Instituten bezet en werden teksten als ‘Karl Marx Universiteit’ boven toegangspoorten bevestigd) en zodra je de boel hebt bezet ga je als ‘democraat’ in een zaaltje zitten en dan zeg je tegen de niet rebellerende studenten, die alleen maar aanwezig zijn omdat ze op een hele simpele wijze het college van een keurig nette autoritaire hoogleraar willen volgen: “Nu gaan we democraatje spelen – wie daar geen zin in heeft, die rot maar op….”

Ik was in die democratische periode een anarchistische eenling. Ik wilde geen ‘nieuwe democratische mens’ worden, maar simpelweg studeren. “Studie”, stelde de Rector-Magnificus, ‘is geen moreel gebeuren, maar kennisoverdracht”. De democratie – vooral de Marxistische democratie – kon me gestolen worden.

Nu mogen de Arabieren ‘democraatje’ spelen. Leren dus dat de macht uit de loop van het geweer komt. Het Amerikaanse leger heeft al zaaltjes gehuurd waar keurig nette neoconservatieve democraten (hoogstwaarschijnlijk met de beste bedoelingen, want goede mensen bedoelen het altijd goed – helaas…) de bevrijde Arabieren gaan vertellen hoe fijn het is om je eigen mening te geven in een wereld zonder lastige autoriteiten. Want we moeten anti-autoritair zijn, opkomen voor ‘onze’ rechten (nooit de rechten van anderen) en het verderfelijke dictatoriale establishment verjagen.

Als rustige, eenzelvige anarchistische enkeling die liever dood wil zijn dan lid worden van een democratische praatgroep kijk ik vol belangstelling naar het Irakese democratiseringsexperiment.
Saddam was misschien een dictator die steeds ingewikkelder en godsdienstiger ging praten maar aan zinloos geouwehoer binnen de familiekring van de gewone man had de man een immense hekel. Alleen om die reden geloof ik dat ik hem sympathiek vond. En dan kunnen de mensen wel beweren dat ik mezelf met een dergelijke opstelling etaleer als ‘ antidemocraat’, maar waarom zou ik een voorstander moeten zijn van de door dwingelanden met een een grote brutale bek beheerste praatgroep?

Eigenlijk, als ik er goed over nadenk, zou ik het liefst helemaal niet willen praten. Heerlijk de hele dag op de veranda zitten, een flesje mineraalwater op de kleine bijzettafel – en dan urenlang staren naar de verre horizon waar ‘s morgens de zon opkomt en waar ‘s avonds de zon ook weer ondergaat.

Onze grote Westerse liberale leiders vinden dat maar niks: luie donders die naar de horizon staren en die bij zichzelf denken: ‘vallen jullie maar dood met je zinloze gelul’.
En toch toont hun huidige gedrag aan dat een mens maar beter geen liberale democraat kan zijn, omdat een mens – wie of wat hij ook is – in hun heerlijke vrije werelde wereld in feite niks te vertellen heeft over de meest belangrijke zaken die er in het leven zijn: de Liefde en de Dood.
Zij, de bazige mensen van de democratische praatgroep, laten je op een volmaakt nutteloze wijze praten over ditjes en datjes. Ook de mevrouw van de wc mag meepraten. Hoogleraren vonden dat in de jaren zestig maar niks. “Wat weet de mevrouw van de wc nou van wetenschap en cultuur?” Maar in een op macht gebaseerde democratie is het ook helemaal niet belangrijk of je iets weet. Het gaat niet om weten. Het gaat om gehoorzamen, meelopen met de kudde, morele goedheid toekennen aan blind leiderschap. Je praat, maar de werkelijk belangrijke beslissingen worden door anderen genomen, zodat praten zinloos is, wanneer je er van uitgaat dat de belangrijkste zaken in het leven ook werkelijk belangrijk zijn.

Daarom is democratie een fabeltje. Wie geen geweer bezit en op zoek gaat naar Leven, Liefde en Waarheid (zoals ons dat in het christelijke evangelieverhaal wordt opgedragen) die zal in een op macht gebaseerde schijndemocratie nooit iets vinden.
Macht komt in zo’n wereld niet uit de mond van mensen, maar uit de loop van het geweer. Niet de intellectueel bepaalt wat goed en slecht is, maar de man met het geweer.

Dat is de reden waarom onafhankelijke, liberale geesten de marxistische democratiseringsbeweging van de jaren zestig afwezen. En omdat de huidige kapitalistische democratiseringsbeweging net zo eenzijdig is gericht op indoctrinatie en het veranderen (en ontindividualiseren) van mensen, daarom zullen onafhankelijke, liberale geesten ook ditmaal de verdedigers van de schertsdemocratie afwijzen en kiezen voor een op realisme en waarheidsliefde gebaseerde denkcultuur die niet is gericht op geestelijke onderwerping maar op geestelijke bevrijding.

Want daar hoort het in een vrije wereld om te gaan. Linkse en rechtse machthebbers denken dat de politiek God is. Niet een vergeestelijkte God, maar een moordlustige rebel met een grote bek en een groot geweer.
De vrije geest echter weet dat machtspolitiek helemaal niet goddelijk is, welk ideologisch etiket er ook op wordt geplakt. En daarom wijst een vrije geest elke filosofie die macht uit de loop van het geweer laat komen af.

Liever geestelijk vrij en antidemocraat, dan een democratische slaaf binnen een blind voorthollende kuddemaatschappij…

(Zwolle 12-4-2003)

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.